Woord voor Woord
vrijdag 27 januari 2012
Sara Kroos, uw redster in nood
Het is natuurlijk een grote schande als je de verjaardag van een van je beste vriendinnen vergeet. Dat je wel de hele dag het gevoel hebt dat er iets is, maar dat het kwartje maar niet wil vallen. Had ik dus. Dag later viel ie wel en toen kreeg ik het warm, koud en benauwd tegelijk. Kreng dat ik ben, ik weet al 25 jaar dat ze de 24e jarig is. Dom, dus ik spreek haar antwoordapparaat vol met de diepste spijtbetuigingen, knal een tweet de wereld in waarin ik mezelf het meer in slinger met blokken beton aan de voeten en dan krijg je ineens een mailtje. Eentje die alles goed kan maken. Van Sara Kroos. Of het leuk zou zijn om als goedmaker voor Yvonne een ode te zingen in haar radioprogramma. Zij dan hè, zingen. Niet ik. Dat betekende wel dat ik op de radio kwam. En iets moest zeggen. Maar no guts no glory, ik heb ja gezegd. Dus vandaag heb ik in de uitzending (wordt van te voren opgenomen) en met totaal hysterische stem uitgelegd wat er aan de hand was. Yvonne hing inmiddels ook al aan de lijn en zij heeft haar ode gekregen. Het is mij vergeven. Ik mag de komende tien jaar haar verjaardag vergeten. Mazzelaar dat ik ben. Leuke bijkomstigheid, we zijn uitgenodigd bij de show van Kroos op 9 februari in Eindhoven de gekste, waar ze het lied nog een keer gaat zingen. Met ons in de zaal. Hatsjee, dat wordt dikke pret. Ik vond het mens al leuk, maar nu helemaal. Menschen, gaat haar zien. Sara Kroos, uw redster in nood.
Vette bands in Volta
Het is zeker twintig jaar geleden dat ik naar bandjes ben gaan kijken in donkere zaaltjes. De laatste keer was volgens mij zelfs in het Noorderligt in Tilburg, toen ik er nog zo´n beetje naast woonde. Maar daar is nu verandering in gekomen. Gisteren waren we in Volta, Amsterdam. Een jongerencentrum aan het Westerpark waar allerlei soorten optredens plaatsvinden en wij kwamen voor The Chocolatiers. Wereldband. In eerste instantie voor drummer Ben, maar daarna ook echt voor de muziek. Er zaten een paar ontzettende lekkere nummers tussen. Vier jongens van een jaar of zeventien die volledig uit hun plaat staan te spelen is sowieso heel goed voor je humeur. Denk daar een paar biertjes bij en een zaal vol gierende puberhormonen en je voelt je oud maar gelukkig. Weer een bevestiging dat het goed is dat we terugkeren naar het Amsterdamse. De band daarna was ook top en wij vonden de naam “Allergic to horses” een briljante keuze. Het knalde goed en het klonk strak en sterk. Hopelijk krijgen beide bands ooit een kans op hun one minute of fame bij DWDD. Want ze verdienen een groter publiek dan gisteren aanwezig. Maar het begin is er. Ze treden op en dat doen ze goed. Volg deze bandjes mensen. We gaan zeker nog meer van ze horen.
dinsdag 24 januari 2012
Screaming Beans
Had ik al verteld hoe leuk het is om koffie te drinken bij Screaming Beans? Mijn mattie Herman weet alle kekke adresjes in Amsterdam en is zo aardig mij daar af en toe mee naartoe te slepen. Dit was ook weer een gouden keus. Klein zaakje in de 9 straatjes, toonbank met daarachter van die leuke slordige jongens in zwarte shirtjes en achterin wat tafeltjes, een leestafelachtig iets en overal de geur van verse koffie. Bijzondere koffie ook. Eerlijke koffie, van Bocca (ook voor thuis te bestellen trouwens).
Koffiedrinken wordt een belevenis. Terwijl je zit te praten komen er twee kopjes op tafel, een klein glazen koffiekannetje met daarop een filter met koffie en het gekookte water wordt ter plekke opgegoten. Je kunt kiezen uit allerlei soorten bonen en de leuke jongetjes met zwarte shirtjes weten precies waar elke boon naar smaakt. Ik vond het super. Niet de zoveelste saaie kop met een dot melkschuim, maar pure koffie. Ik ben van de zoetjes, maar die waren niet nodig. Dat had de smaak stevig verpest. Vette aanrader als je toch een keer in die buurt rondloopt. En ze hebben ook nog eens lekkere broodjes. Als ik weer in Amsterdam woon, sleep ik iedereen er mee naartoe. Super!
donderdag 19 januari 2012
Spijkerbroekenhel
Kom je dan nooit in de winkel?
Nee, daar tref ik enkel een blauwe wand en daar kan ik niet tegen.
Maar dan vraag je toch hulp?
Nee, want dan krijg ik zo´n überhippe verkoper met een Randstedelijk accent die mij iets met een veel te laag kruis en een blote buik aan gaat smeren en heel even geloof ik zo´n gast dan echt, ben ik 185 euro lichter en verstoft het weer in de kast. Want als ik het thuis dan aantrek en ik zie mezelf in de spiegel is het eigenlijk best sneu. Zo´n veertiger in een spijkerbroek voor veertienjarigen.
Maar dan kijk je toch eerst op internet welke je hebben wil?
Dat is toch niet reëel? Die grieten eten niet en daar staat alles geweldig bij. Ik heb heupen weet je wel en een achterwerk. Ooit had ik dat allemaal niet, maar dat is ook twintig jaar geleden. En als veertiger mag ik toch ook wel een hippe broek? Een die past bij veertig? Met wat dingetjes eraan of erop? Toch?
Maar wat dan?
Zo moeilijk is dat dus niet, ik wil een pop. Ik wil die modellen op een pop zien. Dan denk ik er zelf wel wat kilo´s en een grotere maat bij. Ik wil niet voor zo´n blauwe wand staan en overgeleverd zijn aan een verkoper. Niets mis met verkopers, alleen die van spijkerbroeken wel. Dat is een groot complot, die lui.
Nou nou.
Het is toch zo? Staan ze met die snoeiharde muziek achter de toonbank naar je te lachen en ze geven elkaar knipogen als ze je ontredderde blik zien. ´Prooi´, denken ze dan. En dan krijg ik een zweetaanval, ben ik mijn assertiviteit kwijt en wil ik alleen nog maar weg. Maar dan hebben ze je al hè, staan ze al met drie modelletjes naast je die mij ´enig´ zouden staan.
Dan ga je toch?
Kan niet, ben ik te netjes voor opgevoed. Ik heb een vriendin die laat alles uit de kast trekken, die gooit stapels overhoop en wroet door kleding waar ze volgens bordjes vanaf moet blijven omdat het ´uithangt´ en gaat daarna zonder ook maar iets te kopen weer weg. Zij vindt het een keuze om kledingverkoper te worden en ziet het als een baan. Vouwen en hopen dat je af en toe wat af mag rekenen. Maar toch met name vouwen.
Tja…
Ik kan dat niet. Voel me altijd verplicht om dan toch iets mee te nemen.
Een te dure broek van 185 euro.
Precies, dus ik wil gewoon niet meer naar binnen. Ik ga failliet op een spijkerbroek.
Hoe doe je dat nu?
Altijd hetzelfde saaie modelletje van de Hennes. Kan ik blind bestellen op internet. Niets bijzonders, degelijke spijkerbroek zonder franje. Ik ben gedoemd tot middelmatigheid.
Alleen bij spijkerbroeken toch?
Ja, tot nu toe wel. Maar zoiets gaat van kwaad tot erger.
Sterkte.
Bedankt.
Nee, daar tref ik enkel een blauwe wand en daar kan ik niet tegen.
Maar dan vraag je toch hulp?
Nee, want dan krijg ik zo´n überhippe verkoper met een Randstedelijk accent die mij iets met een veel te laag kruis en een blote buik aan gaat smeren en heel even geloof ik zo´n gast dan echt, ben ik 185 euro lichter en verstoft het weer in de kast. Want als ik het thuis dan aantrek en ik zie mezelf in de spiegel is het eigenlijk best sneu. Zo´n veertiger in een spijkerbroek voor veertienjarigen.
Maar dan kijk je toch eerst op internet welke je hebben wil?
Dat is toch niet reëel? Die grieten eten niet en daar staat alles geweldig bij. Ik heb heupen weet je wel en een achterwerk. Ooit had ik dat allemaal niet, maar dat is ook twintig jaar geleden. En als veertiger mag ik toch ook wel een hippe broek? Een die past bij veertig? Met wat dingetjes eraan of erop? Toch?
Maar wat dan?
Zo moeilijk is dat dus niet, ik wil een pop. Ik wil die modellen op een pop zien. Dan denk ik er zelf wel wat kilo´s en een grotere maat bij. Ik wil niet voor zo´n blauwe wand staan en overgeleverd zijn aan een verkoper. Niets mis met verkopers, alleen die van spijkerbroeken wel. Dat is een groot complot, die lui.
Nou nou.
Het is toch zo? Staan ze met die snoeiharde muziek achter de toonbank naar je te lachen en ze geven elkaar knipogen als ze je ontredderde blik zien. ´Prooi´, denken ze dan. En dan krijg ik een zweetaanval, ben ik mijn assertiviteit kwijt en wil ik alleen nog maar weg. Maar dan hebben ze je al hè, staan ze al met drie modelletjes naast je die mij ´enig´ zouden staan.
Dan ga je toch?
Kan niet, ben ik te netjes voor opgevoed. Ik heb een vriendin die laat alles uit de kast trekken, die gooit stapels overhoop en wroet door kleding waar ze volgens bordjes vanaf moet blijven omdat het ´uithangt´ en gaat daarna zonder ook maar iets te kopen weer weg. Zij vindt het een keuze om kledingverkoper te worden en ziet het als een baan. Vouwen en hopen dat je af en toe wat af mag rekenen. Maar toch met name vouwen.
Tja…
Ik kan dat niet. Voel me altijd verplicht om dan toch iets mee te nemen.
Een te dure broek van 185 euro.
Precies, dus ik wil gewoon niet meer naar binnen. Ik ga failliet op een spijkerbroek.
Hoe doe je dat nu?
Altijd hetzelfde saaie modelletje van de Hennes. Kan ik blind bestellen op internet. Niets bijzonders, degelijke spijkerbroek zonder franje. Ik ben gedoemd tot middelmatigheid.
Alleen bij spijkerbroeken toch?
Ja, tot nu toe wel. Maar zoiets gaat van kwaad tot erger.
Sterkte.
Bedankt.
dinsdag 17 januari 2012
Overwinteraars
Het is een heel gevecht. We hebben een groepje overwinteraars in huis en ik ben bang dat ze het niet allemaal gaan redden. Sommigen clusteren in groepjes, anderen proberen solo te overleven. Ik krijg er af en toe een rolberoerte van als ik door een word aangevallen. Ons huis, en dan met name boven, is overgenomen door een stuk of wat lieveheersbeestjes. In het najaar zijn ze naar binnen gefladderd en nu wachten ze tot het mooier weer wordt. Ze tukken de hele dag, totdat ik ga stoken boven en dan moet je oppassen. Dan gaan ze de omgeving verkennen. Denken ze dat het voorjaar is natuurlijk. Hysterisch tegen de ramen vliegen en dan op het ruggetje naar beneden donderen. En wie mag ze dan weer overeind helpen? Moi.
Gisteren vloog er een onder de douche. Ik duiken naar het putje, want hij zat al in de draaikolk. Beest eruit geplukt, beetje hartmassage gegeven en te drogen gelegd. Vliegt de oelewapper daarna bij het tandenpoetsen van de jongens weer onder de kraan. Hetzelfde verhaal. Weer een drogend beest in de vensterbank. Ik ben al op eentje gaan staan en volgens mij heb ik er ook al een in de wasmachine op 40 graden gewassen. Daar helpt drogen niet meer bij. De poes eet ze ook trouwens. De stakkers. Ze zijn zo lief. Ik moffel ze steeds in de planten en hoop dat ze daar dan nog een maandje of twee gaan tukken. Doen ze niet.
Wanneer kan ik ze met goed fatsoen uitzetten? Ik wil het niet te snel doen, want nachtvorst is natuurlijk dodelijk. Ik ga er denk ik een hele happening van maken. Een luizenbuffet waar ze zich op mogen storten en daarna een speech dat ze volgend jaar terug mogen komen. En dan moet je ze laten gaan hè. Het worden toch een beetje je kinderen. Ik vind het nou al niet leuk, terwijl ze nog steeds boven rondscharrelen. Ik ga maar eens kijken hoe het met ze is nu. De kachel staat aan, dus er zal wel wat fladderen. Nog even knuffelen, nu het nog kan.
Gisteren vloog er een onder de douche. Ik duiken naar het putje, want hij zat al in de draaikolk. Beest eruit geplukt, beetje hartmassage gegeven en te drogen gelegd. Vliegt de oelewapper daarna bij het tandenpoetsen van de jongens weer onder de kraan. Hetzelfde verhaal. Weer een drogend beest in de vensterbank. Ik ben al op eentje gaan staan en volgens mij heb ik er ook al een in de wasmachine op 40 graden gewassen. Daar helpt drogen niet meer bij. De poes eet ze ook trouwens. De stakkers. Ze zijn zo lief. Ik moffel ze steeds in de planten en hoop dat ze daar dan nog een maandje of twee gaan tukken. Doen ze niet.
Wanneer kan ik ze met goed fatsoen uitzetten? Ik wil het niet te snel doen, want nachtvorst is natuurlijk dodelijk. Ik ga er denk ik een hele happening van maken. Een luizenbuffet waar ze zich op mogen storten en daarna een speech dat ze volgend jaar terug mogen komen. En dan moet je ze laten gaan hè. Het worden toch een beetje je kinderen. Ik vind het nou al niet leuk, terwijl ze nog steeds boven rondscharrelen. Ik ga maar eens kijken hoe het met ze is nu. De kachel staat aan, dus er zal wel wat fladderen. Nog even knuffelen, nu het nog kan.
donderdag 12 januari 2012
Middelbareschoolreünie
Mijn middelbareschooltijd vind ik vooral leuk omdat mijn beste vriendinnen ook nog uit die tijd stammen. Nadat we ons gezamenlijk door de mavotijd heen hadden gesleept, werd het echt gezellig in klas vier van het Dr. Mollercollege. Eus zat alleen, ik plofte ernaast omdat zij de enige was die ik kende en achter ons zat Yvonne, degene met wie je het hardst kon lachen van allemaal.
Yvonne werd verliefd op Wim van Ellen, want hij had een stoere brommer (MT), ik werd verliefd op Peter Depri (hopeloos) en Alexander de Dakgoot (nog hopelozer) en Eus viel voor de knapste van de school. Bijkomend pluspunt was dat deze jongen ook nog eens een rode tractor had. Hij had een litteken onder zijn oog en deed aan kickboksen en hij leek ook nog eens sprekend op Richard Gere. Dat was wat in die tijd. Wij zagen ooit, toen we samen op de fiets zaten met een klein bakkie te veel op, een rode tractor langs de kant van de weg en zijn toen direct de sloot ingereden. Dat deed je nou eenmaal als je een rode tractor zag. Hysterische puberbreinen, man man. Ik fiets nog steeds liever een sloot in dan dat ik iets constructiefs doe als ik verliefd ben trouwens. Some things never change.
Nu komt er een reünie aan. Dat doet het Dr. Mollercollege om de vijf jaar. Vijftien jaar geleden ben ik voor het laatst geweest. Klasgenoten stelden zich voor als “Marianne, Bianca of Chantal, trotse moeder van drie” en dan bleef het daarna stil. Ik weet nog dat ik daar heel erg van ben geschrokken. Dat je kinderen krijgt en dat er dan dus blijkbaar niets anders meer is. In die tijd was ik net naar Amsterdam verhuisd, had afscheid genomen van enkel klotebaantjes en ging eindelijk studeren. Ik ben toen pas echt gaan leven, voor mijn gevoel. Amsterdam was mijn lichttherapie, zogezegd. Ik had niets met die trotse moeders. Nu snap ik het wat beter.
Eens kijken of ik mijn matties meekrijg, het zou toch echt geweldig zijn om weer eens rond te lopen door de gangen, het fietsenhok te bekijken en zien of er nog iets van de Soos over is. Ik betwijfel het. Ik wil zien of mijn oude liefdes er zijn en of ze oud en kaal zijn geworden. Kaal zou ik het geval van Alexander de Dakgoot misschien wel een vooruitgang zijn. En die Richard Gere lookalike moet toch ook nog wel ergens te vinden zijn? Yvonne slaapt nog iedere nacht met Wim, dus dat is wel zeer romantisch afgelopen allemaal, hè Von? In juni is het. Dames, wat vinden jullie ervan?
Yvonne werd verliefd op Wim van Ellen, want hij had een stoere brommer (MT), ik werd verliefd op Peter Depri (hopeloos) en Alexander de Dakgoot (nog hopelozer) en Eus viel voor de knapste van de school. Bijkomend pluspunt was dat deze jongen ook nog eens een rode tractor had. Hij had een litteken onder zijn oog en deed aan kickboksen en hij leek ook nog eens sprekend op Richard Gere. Dat was wat in die tijd. Wij zagen ooit, toen we samen op de fiets zaten met een klein bakkie te veel op, een rode tractor langs de kant van de weg en zijn toen direct de sloot ingereden. Dat deed je nou eenmaal als je een rode tractor zag. Hysterische puberbreinen, man man. Ik fiets nog steeds liever een sloot in dan dat ik iets constructiefs doe als ik verliefd ben trouwens. Some things never change.
Nu komt er een reünie aan. Dat doet het Dr. Mollercollege om de vijf jaar. Vijftien jaar geleden ben ik voor het laatst geweest. Klasgenoten stelden zich voor als “Marianne, Bianca of Chantal, trotse moeder van drie” en dan bleef het daarna stil. Ik weet nog dat ik daar heel erg van ben geschrokken. Dat je kinderen krijgt en dat er dan dus blijkbaar niets anders meer is. In die tijd was ik net naar Amsterdam verhuisd, had afscheid genomen van enkel klotebaantjes en ging eindelijk studeren. Ik ben toen pas echt gaan leven, voor mijn gevoel. Amsterdam was mijn lichttherapie, zogezegd. Ik had niets met die trotse moeders. Nu snap ik het wat beter.
Eens kijken of ik mijn matties meekrijg, het zou toch echt geweldig zijn om weer eens rond te lopen door de gangen, het fietsenhok te bekijken en zien of er nog iets van de Soos over is. Ik betwijfel het. Ik wil zien of mijn oude liefdes er zijn en of ze oud en kaal zijn geworden. Kaal zou ik het geval van Alexander de Dakgoot misschien wel een vooruitgang zijn. En die Richard Gere lookalike moet toch ook nog wel ergens te vinden zijn? Yvonne slaapt nog iedere nacht met Wim, dus dat is wel zeer romantisch afgelopen allemaal, hè Von? In juni is het. Dames, wat vinden jullie ervan?
zaterdag 7 januari 2012
De kalkoen, de kippenboer en het kerstdiner
Wat was dat nou met die kippenboer met kerst?
Die heeft twee blauwe ogen.
Ja, maar waarom?
Had alles met tijd te maken.
Tijd…
Ja, tijd ja! Rauwe kalkoen aan de kersttafel, dat vergeef ik die gozer dus nooit.
Maar hoe ging dat dan?
Ik bestel kalkoen bij die gast. Zonder bot, met vel, kilo vers sappig scharrelkalkoenvlees. Vraagt ie “hoe lang gaat ie de oven in?” Ik zeg keurig dat het ongeveer een uur zal zijn, zegtie dus “Dan is ie helemaal droog hoor, een half uur is lang zat op 175 graden”.
Dat is wat aan de korte kant.
Dat vond ik ook, maar hij was heel overtuigend. Het stuk vreten.
En toen had je dus rauwe kalkoen.
Precies. Waarom luister ik in godsnaam naar die kippenboer? Dat is het punt met autoriteit, ze laten je altijd zo in de steek. Daarom kan ik er niet tegen denk ik. Ik luister en denk negen van de tien keer dat ik het zelf beter had gekund. Zat ik daar met rauwe kalkoen en de rest van het eten heerlijk gaar. Dat stuk pluimvee heeft nog een uur liggen garen. Ik kon die verenbaal wel wurgen, maar ja, hij was al dood, dus dat gaf ook geen opluchting.
En toen dacht je, ik ga die kippenboer in elkaar slaan?
Jazeker! En het luchtte enorm op. Hij zag me aankomen, hij zette nog een sprintje in, maar ja, die dikke reet had ik zo te pakken natuurlijk. Alles kwam eruit. Kerststress, nieuwjaarsverdriet, waarom ik nog niet in Amsterdam woon en last but not least, waarom hij mensen rauwe kalkoen gunt aan de kersttafel. Had ie geen antwoord op. De loser. Heb daar dan tenminste een goed verhaal bij. Dat je zelf een hekel hebt aan kerst en een goed gevoel krijgt als de kerst van een ander ook mislukt. Of zoiets. Daar had ik nog begrip voor op kunnen brengen. Kerst maakt het ergste in mensen los. Maar niks, er kwam niks! Dat vind ik eigenlijk nog het ergste geloof ik. Dat het pure onwetendheid was. Niet eens een of ander duister menselijk verlangen om anderen te laten mislukken. Waardeloos!
En nu?
In de herhaling. Binnenkort heb ik hier wat mensen over de vloer en dat wordt het kerstmaal 2.0. Die limoentaart wordt weer even lekker, maar ziet er nu ook mooi uit, al moet ik hem drie keer maken.
Heb je er zin in?
Wraak is zoet. Jazeker wel. Ik ga weer voor een dikke kilo pluimvee en nu wordt het een grote lekkere sappige bende, botergaar en superlekker. Moet je maar eens opletten.
Mag je nog wel binnenkomen bij die poelier?
Ik bestel telefonisch met verdraaide stem. Haalt Cas het op. Hebben ze niet door hoor. Het mag dan een sneue vent zijn, hij heeft wel lekkere kippenvlees.
Nou, succes dan maar.
Merci!
Die heeft twee blauwe ogen.
Ja, maar waarom?
Had alles met tijd te maken.
Tijd…
Ja, tijd ja! Rauwe kalkoen aan de kersttafel, dat vergeef ik die gozer dus nooit.
Maar hoe ging dat dan?
Ik bestel kalkoen bij die gast. Zonder bot, met vel, kilo vers sappig scharrelkalkoenvlees. Vraagt ie “hoe lang gaat ie de oven in?” Ik zeg keurig dat het ongeveer een uur zal zijn, zegtie dus “Dan is ie helemaal droog hoor, een half uur is lang zat op 175 graden”.
Dat is wat aan de korte kant.
Dat vond ik ook, maar hij was heel overtuigend. Het stuk vreten.
En toen had je dus rauwe kalkoen.
Precies. Waarom luister ik in godsnaam naar die kippenboer? Dat is het punt met autoriteit, ze laten je altijd zo in de steek. Daarom kan ik er niet tegen denk ik. Ik luister en denk negen van de tien keer dat ik het zelf beter had gekund. Zat ik daar met rauwe kalkoen en de rest van het eten heerlijk gaar. Dat stuk pluimvee heeft nog een uur liggen garen. Ik kon die verenbaal wel wurgen, maar ja, hij was al dood, dus dat gaf ook geen opluchting.
En toen dacht je, ik ga die kippenboer in elkaar slaan?
Jazeker! En het luchtte enorm op. Hij zag me aankomen, hij zette nog een sprintje in, maar ja, die dikke reet had ik zo te pakken natuurlijk. Alles kwam eruit. Kerststress, nieuwjaarsverdriet, waarom ik nog niet in Amsterdam woon en last but not least, waarom hij mensen rauwe kalkoen gunt aan de kersttafel. Had ie geen antwoord op. De loser. Heb daar dan tenminste een goed verhaal bij. Dat je zelf een hekel hebt aan kerst en een goed gevoel krijgt als de kerst van een ander ook mislukt. Of zoiets. Daar had ik nog begrip voor op kunnen brengen. Kerst maakt het ergste in mensen los. Maar niks, er kwam niks! Dat vind ik eigenlijk nog het ergste geloof ik. Dat het pure onwetendheid was. Niet eens een of ander duister menselijk verlangen om anderen te laten mislukken. Waardeloos!
En nu?
In de herhaling. Binnenkort heb ik hier wat mensen over de vloer en dat wordt het kerstmaal 2.0. Die limoentaart wordt weer even lekker, maar ziet er nu ook mooi uit, al moet ik hem drie keer maken.
Heb je er zin in?
Wraak is zoet. Jazeker wel. Ik ga weer voor een dikke kilo pluimvee en nu wordt het een grote lekkere sappige bende, botergaar en superlekker. Moet je maar eens opletten.
Mag je nog wel binnenkomen bij die poelier?
Ik bestel telefonisch met verdraaide stem. Haalt Cas het op. Hebben ze niet door hoor. Het mag dan een sneue vent zijn, hij heeft wel lekkere kippenvlees.
Nou, succes dan maar.
Merci!
maandag 2 januari 2012
Lijnen
Wat doe je?
Lijnen.
Maar je eet een hele reep pure chocolade.
Precies.
Maar je bent aan het lijnen!
In de krant staat dat je dik wordt van lijnen.
Dat gaat over heel erg dikke mensen hoor.
Je moet het weten te voorkomen denk ik dan maar.
En die zak chips?
Die gaat ook op. Scheelt op de lange termijn zo´n 20 kilo. Gok ik.
Ik vind het maar raar.
Hier! Lees dan! Staat in de Volkskrant, dus dan is het waar hè?
Jij houdt wel van dit soort onderzoeken hè?
Ja, ik ben ook dol op Professor Katan.
Wat was dat ook alweer?
Broodje kroket is net zo gezond als een broodje kaas.
Van zo´n man moet je wel houden ja.
Wat ruik ik?
Vet. Staat op te warmen naar 180 graden.
Ga je bakken?
Bitterballen. Dat zijn toch gewoon kleine ronde kroketten?
Dat zijn er best veel.
In een kroket gaan volgens mij drie bitterballen.
Dan ga je dus drie broodjes eten.
Drie broodjes kaas is toch niet veel?
Nee, en gezond. Je bent weer goed bezig hè?
Ja, ik ben hartstikke gezond bezig.
Wijntje? Is goed voor je bloed.
Lekker! Doe maar twee. Voor de zekerheid.
Lijnen.
Maar je eet een hele reep pure chocolade.
Precies.
Maar je bent aan het lijnen!
In de krant staat dat je dik wordt van lijnen.
Dat gaat over heel erg dikke mensen hoor.
Je moet het weten te voorkomen denk ik dan maar.
En die zak chips?
Die gaat ook op. Scheelt op de lange termijn zo´n 20 kilo. Gok ik.
Ik vind het maar raar.
Hier! Lees dan! Staat in de Volkskrant, dus dan is het waar hè?
Jij houdt wel van dit soort onderzoeken hè?
Ja, ik ben ook dol op Professor Katan.
Wat was dat ook alweer?
Broodje kroket is net zo gezond als een broodje kaas.
Van zo´n man moet je wel houden ja.
Wat ruik ik?
Vet. Staat op te warmen naar 180 graden.
Ga je bakken?
Bitterballen. Dat zijn toch gewoon kleine ronde kroketten?
Dat zijn er best veel.
In een kroket gaan volgens mij drie bitterballen.
Dan ga je dus drie broodjes eten.
Drie broodjes kaas is toch niet veel?
Nee, en gezond. Je bent weer goed bezig hè?
Ja, ik ben hartstikke gezond bezig.
Wijntje? Is goed voor je bloed.
Lekker! Doe maar twee. Voor de zekerheid.
zaterdag 31 december 2011
Oud en nieuw
Oud en nieuw vind ik persoonlijk vreselijk. Jarenlang heb ik lopen zoeken naar waar het ´grote feest´ dan wel niet was en ik heb het nooit gevonden. Beladen dag is het meestal. Ga je lekker de balans op lopen maken en dan moet je ´s avonds dansen en vrolijk zijn. Dat is een aantal jaren onbegonnen werk geweest. Dit jaar zou het kunnen, soort van. Maar goed, ik weiger nog naar hippe locaties te gaan waar iedereen opgefokt gezellig loopt te doen. We blijven thuis. Met vrienden. Ik doe net of het een gewone zaterdagavond is, net zo een als ieder ander en dan moet het goed komen. Pas als ik met champagne in mijn handen sta en veel vuurwerk zie ga ik even een potje janken omdat ik nog steeds niet in Amsterdam woon en om nog wat andere dingetjes.
Eigenlijk heb ik al een heel leuk feestje gehad. Doe ik net of dat het nieuwjaarsfeest was. Die datum is ook maar een verzonnen dingetje niet? Dus mijn nieuwjaarsfeest was in Rotterdam met erg veel leuke mensen, te veel shotjes Jägermeister (nooit meer!) en dansen na. En als dat hem niet was, dan wordt het feest in Den Bosch over twee weken mijn nieuwjaarsfeest. Want dat wordt ook weer een toestand. Ik weet wie het regelt en ik weet wie er gaan komen. Dat wordt waarschijnlijk een van de leukste feestjes van 2012. Leen ik die gewoon als surrogaat eindejaarsfeest.
Ik hoop een paar dingen voor 2012.
Dat er minder oorlog zal zijn, zowel tussen landen als in huiselijke kring (jaja, maar het is toch waar mensen?), dat iedereen doorheeft dat ondanks de crisis wij een ontstellend rijk land zijn, dus dat het terecht klagen beperkt blijft tot de mensen die werkelijk niets hebben, dat de hypotheekrenteaftrek wordt aangepakt zodat de huizenmarkt wat gaat bewegen en ik eindelijk (ik voel tranen opkomen) weer in mijn mooie Amsterdam kan gaan wonen. Ik hoop verder dat Bleker heel erg hard door zijn pony’s wordt gebeten en daardoor arbeidsongeschikt wordt. Het kan daarna alleen maar beter worden. Ik wil mijn vrienden meer zien. Laat in godsnaam alle Mauro´s blijven. Ik hoop dat het vertrouwen in Europa herstelt, dat we een prachtige zomer krijgen en dat ik ooit nog eens een echte kakapo zal aaien(dat mag ook in 2015 hoor). Het mag wat mij betreft een heel stuk minder met Volendam op tv, Cruyff gun ik een poliep zodat hij zes maanden zijn mond moet houden en Dexter moet door voor seizoen zeven. Oh, en ik wil graag 5 kilo afvallen, meer mag ook. Laatste dingetje: dit jaar mag er even niemand dood. Gewoon even niemand okay? Slaan we dat hele begraven een keer een jaartje over. En als het dan toch moet, alleen mensen boven de 100. 2011 was even genoeg voor de komende jaren.
Ik hoop dat iedereen elkaar liefdevol zoent om twaalf uur vanavond en dat eenzame zielen of slapen of warme armen hebben gevonden. Tot 2012. Ik ga gewoon door met bloggen hoor, ook al schijnt het dood te zijn.
Kusje!
Eigenlijk heb ik al een heel leuk feestje gehad. Doe ik net of dat het nieuwjaarsfeest was. Die datum is ook maar een verzonnen dingetje niet? Dus mijn nieuwjaarsfeest was in Rotterdam met erg veel leuke mensen, te veel shotjes Jägermeister (nooit meer!) en dansen na. En als dat hem niet was, dan wordt het feest in Den Bosch over twee weken mijn nieuwjaarsfeest. Want dat wordt ook weer een toestand. Ik weet wie het regelt en ik weet wie er gaan komen. Dat wordt waarschijnlijk een van de leukste feestjes van 2012. Leen ik die gewoon als surrogaat eindejaarsfeest.
Ik hoop een paar dingen voor 2012.
Dat er minder oorlog zal zijn, zowel tussen landen als in huiselijke kring (jaja, maar het is toch waar mensen?), dat iedereen doorheeft dat ondanks de crisis wij een ontstellend rijk land zijn, dus dat het terecht klagen beperkt blijft tot de mensen die werkelijk niets hebben, dat de hypotheekrenteaftrek wordt aangepakt zodat de huizenmarkt wat gaat bewegen en ik eindelijk (ik voel tranen opkomen) weer in mijn mooie Amsterdam kan gaan wonen. Ik hoop verder dat Bleker heel erg hard door zijn pony’s wordt gebeten en daardoor arbeidsongeschikt wordt. Het kan daarna alleen maar beter worden. Ik wil mijn vrienden meer zien. Laat in godsnaam alle Mauro´s blijven. Ik hoop dat het vertrouwen in Europa herstelt, dat we een prachtige zomer krijgen en dat ik ooit nog eens een echte kakapo zal aaien(dat mag ook in 2015 hoor). Het mag wat mij betreft een heel stuk minder met Volendam op tv, Cruyff gun ik een poliep zodat hij zes maanden zijn mond moet houden en Dexter moet door voor seizoen zeven. Oh, en ik wil graag 5 kilo afvallen, meer mag ook. Laatste dingetje: dit jaar mag er even niemand dood. Gewoon even niemand okay? Slaan we dat hele begraven een keer een jaartje over. En als het dan toch moet, alleen mensen boven de 100. 2011 was even genoeg voor de komende jaren.
Ik hoop dat iedereen elkaar liefdevol zoent om twaalf uur vanavond en dat eenzame zielen of slapen of warme armen hebben gevonden. Tot 2012. Ik ga gewoon door met bloggen hoor, ook al schijnt het dood te zijn.
Kusje!
donderdag 22 december 2011
Uitslag
“Zo´n uitslag van het onderzoek zien we maar zelden mevrouw Verheijen. Meestal is er tenminste nog wel iets aan de hand. Zuurstoftekort, te veel spierspanning, geen remslaap, maar bij u is niets, maar dan ook werkelijk niets vreemds te ontdekken. Ik gun iedereen nachten zoals de uwe hier.” Hier was ik al een beetje bang voor. Ik heb namelijk zelden zo goed geslapen als op de slaappoli van het Slotervaartziekenhuis. Zelfs behangen met allerlei slangen, metertjes, volgeplakt met stikkers en een zuurstofmasker op mijn neus, heb ik geslapen als een roos. Ik moet er wel bij vermelden dat ik mij de hele avond kapot heb verveeld en dus blij was dat ik kon gaan tukken. Dat lukt thuis dus echt niet. Maar ik heb wel op mijn flikker gekregen van de dokter en ik ben gevoelig voor autoriteit. In het geval van artsen die de 55 zijn gepasseerd ontstaat er geen conflict, maar een schaapachtig volgen zonder nog een eigen mening te hebben. Dus… Ik kijk na tien uur geen tv meer, ik lees niet meer in bed, ik slik mijn melatonine een paar uur eerder en ik mag ook niet meer twitteren, facebooken, bloggen, fotoshoppen, webshoppen, sms’en en bellen na tien uur. Het was een leuke dokter. Zo een op leeftijd met een altijd bruin gezicht van de vakanties en halflang haar dat grijs is met mooi bijpassend montuur op de neus. De tv moest de slaapkamer uit en ik moet de activiteiten tot een minimum beperken. Ik moet me bij wijze van gaan vervelen vanaf een uurtje of tien. Dat lukt nooit. Maar ik ga het proberen. Dus als u na tienen nog wat van mij hoort, dat is dan de rebel in mij hè? Dat we dat duidelijk hebben.
maandag 19 december 2011
De Itrap
In februari wordt de oudste sloper zeven. Hij is nu al heer en meester over de muziekinstallatie en switcht als een volleerd diskjockey van het ene nummer naar het andere. Bij de eerste toon weet ie het al en het wordt of met veel enthousiasme onthaald of onverbiddelijk weggedrukt met daarbij de mededeling "STOM!!". Goed, de mooiste nummers keurt ie af. Hij is vooral bezig met gekke loopjes, rare geluidjes, een belletje, een Engels woord waar hij dan heel hard om moet lachen en het moet vooral een allesdoordringende dreun hebben. Er mag gedanst worden hier in huis en het mag ook heel hard, dus daar maakt ie optimaal gebruik van. Het ultieme cadeau is dus gevonden. De tip kreeg ik al eerder, maar vandaag liep ik de Istore in voor kerstcadeaus (wat totaal mislukt is, maar dat is een ander verhaal) en daar was ie ineens. De Ipod Nano. Supercool ding! Heel klein, maar wat een kek apparaatje is dat. Je kunt hem dragen als een horloge en hij is er in alle kleuren van de regenboog. Het ding komt met een enorm groot voordeel: je kunt er een gigantische koptelefoon bij uitzoeken! Matching colors! Damn! Ik trap overal in, stamp met beide voeten in de hele grote Itrap en tik zonder blikken of blozen een enorm bedrag neer voor mijn bloedje. Alsof het niets is. Het eerste nummer dat hij krijgt is zijn all time favorite "I just wanna call you my bitch." Dat u het weet.
donderdag 15 december 2011
Dood moet ie, dood!
Stemmen zijn bepalend voor je humeur. Je hebt stemmen die mooi en warm zijn, of hele zware boze stemmen, sensuele stemmen, humeurige stemmen, vrolijke stemmen en daarnaast heb je nog een stem. De meest vreselijke stem op aarde. Het geluid gaat door merg en been, je wordt er heel erg agressief van en het is vergelijkbaar met een vork die over een bord schraapt. Kippenvel en rillingen: de stem van Spongebob Squarepants. Als ik die stem hoor, heb ik zin om bakstenen door ramen te gooien en als Spongebob gaat lachen dan steek ik het liefst twee vingers in mijn oren waarbij ik dan heel hard LALALALALALALALALLALALA gil en rondjes door de kamer spring totdat het voorbij is. De meest vreselijke allesdoordringende irritante baggerstem aller tijden. Tranen in de ogen. Dat dit figuurtje zo´n succes kan zijn, vind ik onvoorstelbaar. Ren en Stimpy, dat was leuk. Dit is vreselijk! Ik snap dat die tekenfilmfiguren wat afwijkende stemmen moeten hebben, maar de stem van Spongebob is een ware marteling. Het liefst zou ik dat gele irritante mannetje met een aardappelschilmesje bewerken en de uiteindelijke duizend kleine stukjes in de openhaard laten branden totdat er niets, maar dan ook niets meer dat irritante sponsje over is. Maar dat kan niet, want de jongens liggen dubbel op de bank. Die zijn dus dol op Spongebob Squarepants. Dat vreselijke irritante klotensponsje. Het is hun held. Maar als het aan mij ligt… Dood moet ie, dood!
maandag 12 december 2011
Dat was ooit
Eigenlijk verlang ik gewoon terug naar de telefoon met draaischijf. Het doosje van de cd, dat is er ook zo een. Typemachine. Het komt door al die schermpjes. Je mag nergens meer echt op drukken, aan draaien. Het is allemaal een klein tikje met je wijsvinger of een veeg over een scherm en alles gebeurt vanzelf. Dat is echt hartstikke handig hoor, maar het had wel wat als je iemand moest bellen en de draaischijf was zo´n sloom ding dat al rustig ratelend helemaal terug moest komen nadat je een negen had gedraaid. Eer je al die cijfers had afgewerkt… Dat was lachen als je haast had. Met muziek hetzelfde. Het openmaken van een cd doosje, met een hand een kant vastklemmen en dan met de andere het ding openmaken en daarna in het midden drukken om die cd los te laten wippen. Je moest er nog wat voor doen. Het vervangen van een inktlint in een typemachine, liefst met twee kleuren (rood en zwart) en dat dan altijd de ´r´ bleef hangen. Ik vind deze tijd echt heel leuk hoor en ik verkondig hier geen ´vroeger was alles beter´, maar nu is alles zo ontzettend hetzelfde. Iemand bellen, muziek opzetten, tekstje maken, het vraagt allemaal om dezelfde handeling. Er zit geen afwisseling in. Ik doe overal aan mee. Het enige wat ik niet vervang door een en dezelfde beweging is de wekker. Ik zou daar zo ook mijn telefoon voor kunnen gebruiken, maar dat weiger ik. De wekker, het grootste martelapparaat ooit uitgevonden, daar moet je ook wat moeite voor doen. En die moet je zonder verdere schade aan je sociale leven gewoon heel hard door de kamer kunnen smijten. Heel hard.
vrijdag 9 december 2011
woensdag 7 december 2011
Mijn ex, de lul!
Wat is er?
Ik ben mijn ex tegengekomen.
Jezus!
Nee, het was Bart.
Hoe ging dat?
Klote! Ik baal baal baal.
Want?
Ik ga echt nooit op mijn Uggs de deur uit. Echt nooit hè?
I know.
En ik doe ook altijd even wat mascara op, haren in model, je kent het wel.
Ja…
Nou, dat heb ik in mijn hele leven precies een keer niet gedaan en toen…
Was daar Bart?
Yep.
Fuck.
Yep.
En hij zag er dus heel erg goed uit. Woest aantrekkelijk enzo. Verdomme…
En jij zag eruit als…
Een oververhitte uitgezakte moeder van twee kinderen die niet meer voor zichzelf zorgt.
Fuck.
Yep.
Ik liep op Uggs! Ik zag er niet uit! Ik slofte door de straat met ongewassen haar en wallen tot op mijn knieën. Ik ga even huilen denk ik.
En Bart was dus…
Ja precies zoals ik altijd graag had gewild hoe hij zou zijn. De lul.
Dat kan ie niet maken eigenlijk hè?
Nope, dat doe je niet… Hij is nu heel blij dat ik het ooit heb uitgemaakt.
Tssss.
Dat was dus niet, ik herhaal, NIET de bedoeling.
Want?
Hij moet lijden. De rest van zijn fucking leven natuurlijk!
En nu doet ie een vreugdedansje.
Ik ben er bang voor.
Wil je wijn?
Het is elf uur in de ochtend!?
Nou en?
Doe mij maar die hele fles. Kan mij het schelen.
Ik ben mijn ex tegengekomen.
Jezus!
Nee, het was Bart.
Hoe ging dat?
Klote! Ik baal baal baal.
Want?
Ik ga echt nooit op mijn Uggs de deur uit. Echt nooit hè?
I know.
En ik doe ook altijd even wat mascara op, haren in model, je kent het wel.
Ja…
Nou, dat heb ik in mijn hele leven precies een keer niet gedaan en toen…
Was daar Bart?
Yep.
Fuck.
Yep.
En hij zag er dus heel erg goed uit. Woest aantrekkelijk enzo. Verdomme…
En jij zag eruit als…
Een oververhitte uitgezakte moeder van twee kinderen die niet meer voor zichzelf zorgt.
Fuck.
Yep.
Ik liep op Uggs! Ik zag er niet uit! Ik slofte door de straat met ongewassen haar en wallen tot op mijn knieën. Ik ga even huilen denk ik.
En Bart was dus…
Ja precies zoals ik altijd graag had gewild hoe hij zou zijn. De lul.
Dat kan ie niet maken eigenlijk hè?
Nope, dat doe je niet… Hij is nu heel blij dat ik het ooit heb uitgemaakt.
Tssss.
Dat was dus niet, ik herhaal, NIET de bedoeling.
Want?
Hij moet lijden. De rest van zijn fucking leven natuurlijk!
En nu doet ie een vreugdedansje.
Ik ben er bang voor.
Wil je wijn?
Het is elf uur in de ochtend!?
Nou en?
Doe mij maar die hele fles. Kan mij het schelen.
vrijdag 2 december 2011
Houd je poten thuis!
Cas wil niet meer. Het wordt gewoon te koud, zegt ie. Daar baal ik echt enorm van. Ik vind het vooral niet eerlijk. Normaal gesproken is hij namelijk mijn levende kruik. ´s Nachts prop ik mijn koude voeten ergens tegen zijn lijf en dan worden de tenen vanzelf weer warm en kan ik slapen. Maar ja, nu is het winter en vriezen mijn voeten er zowat af en nu mag het niet meer. Hij is hartstikke streng. Ik moet mijn poten thuishouden, zegt ie dan. Ik snap het wel. Je moet bij mij ook niet in de buurt komen met ijsklompvoeten. Van koude handen onder warme truien kan ik de lol absoluut wel inzien, maar koude voeten, daar is niets romantisch aan.
Het zijn nu niet meer alleen mijn voeten, maar ook mijn handen, mijn neus, mijn oren die zeer doen van de kou. Ik krijg spierpijn van de kramp waar ik de halve dag in rondloop. Ik stook me een ongeluk, maar ja, oud huis hè. Als de wind verkeerd staat of het regent heel hard, nou dan kun je stoken wat je wilt, maar de ijspegels hangen hier gewoon aan je neus. Ik loop nu met drie truien aan, skisokken, sloffen erover, sjaal om. Heel gezellig. Kleed prachtig af. De kat vindt het geweldig. Die ziet in mij een wandelende krabpaal of slaapkussen, net waar ie zin in heeft. Hij volgt me de hele dag door.
In de nacht slaap ik nu dus met een kruik. Zo eentje die eigenlijk bedoeld is om net geboren baby’tjes warm te houden. Ik prop hem onder mijn voeten. Dat doet soms gewoon pijn, zo koud als mijn tenen dan zijn. Ik kan natuurlijk ook de hele avond rondjes door het huis gaan lopen, maar ik kijk graag een film. En dan zit ik stil en dan trekt de kou zo via mijn tenen naar mijn benen en zo hoppetee de rest van mijn lijf in. Het is december. Al december. Tot en met maart moet ik het volhouden. Dan wordt het warmer en dan mogen mijn voeten weer tegen Cas aan. Dat duurt nog even. Ik moet het er toch maar weer eens over hebben, want dat hoort toch eigenlijk bij zijn functieomschrijving als man van Juul, levende kruik spelen. Dat gesprek gaan we vanavond maar eens voeren. Na een gloeiend heet bad.
Het zijn nu niet meer alleen mijn voeten, maar ook mijn handen, mijn neus, mijn oren die zeer doen van de kou. Ik krijg spierpijn van de kramp waar ik de halve dag in rondloop. Ik stook me een ongeluk, maar ja, oud huis hè. Als de wind verkeerd staat of het regent heel hard, nou dan kun je stoken wat je wilt, maar de ijspegels hangen hier gewoon aan je neus. Ik loop nu met drie truien aan, skisokken, sloffen erover, sjaal om. Heel gezellig. Kleed prachtig af. De kat vindt het geweldig. Die ziet in mij een wandelende krabpaal of slaapkussen, net waar ie zin in heeft. Hij volgt me de hele dag door.
In de nacht slaap ik nu dus met een kruik. Zo eentje die eigenlijk bedoeld is om net geboren baby’tjes warm te houden. Ik prop hem onder mijn voeten. Dat doet soms gewoon pijn, zo koud als mijn tenen dan zijn. Ik kan natuurlijk ook de hele avond rondjes door het huis gaan lopen, maar ik kijk graag een film. En dan zit ik stil en dan trekt de kou zo via mijn tenen naar mijn benen en zo hoppetee de rest van mijn lijf in. Het is december. Al december. Tot en met maart moet ik het volhouden. Dan wordt het warmer en dan mogen mijn voeten weer tegen Cas aan. Dat duurt nog even. Ik moet het er toch maar weer eens over hebben, want dat hoort toch eigenlijk bij zijn functieomschrijving als man van Juul, levende kruik spelen. Dat gesprek gaan we vanavond maar eens voeren. Na een gloeiend heet bad.
maandag 28 november 2011
Omdat het heerst zeker?
Zo´n dag dat je, als je je ogen open doet en je probeert te slikken je al weet dat het ´m niet gaat worden. Dat het voelt alsof je drie vier flessen wijn hebt gedronken, terwijl je alleen maar aan kruidenthee hebt zitten lurken. Dat je jezelf naar beneden sleept, boterhammen smeert, tasjes inpakt en dat je zodra de slopers zijn vertrokken voorover op de bank valt, met je gezicht in de kussens, armen langs je lijf, een been op en een been naast de bank en dat je pas als je echt geen lucht meer krijgt een poging doet tot omdraaien. Dat je je op de bank installeert, nog wat hoognodig werk verricht, maar daarna niet verder meer komt dan kranten lezen, Facebook, Twitter, Perez Hilton en wat veel te dure kledingsites bekijken. Dat je na drie uur echt heel nodig moet drinken en ook plassen, maar dat het dan nog een uur duurt voor je ook daadwerkelijk opstaat. Lamlendigheid ten top. Dat je een paar uur kwijt bent en kwijlend wakker wordt van de telefoon die je dan net niet meer haalt omdat je je evenwicht verliest bij het opstaan en je eerst een minuut zit te gillen omdat je je tenen hebt dubbelgeklapt. Eten lukt, maar echt gezond is het niet wat je naar binnen hebt geschoven, half hangend in de koelkast, plakjes vleeswaren, plakken kaas en Cheezedippers weghappend. Het fruit stond echt te ver weg, onhaalbare zaak. Dat je zonder te douchen en dus ook gewoon in je pyjama je slopers weer op gaat halen, hopende dat je niet al te muf ruikt. Ik ben goed in vragende blikken ontwijken. Ik weet dat de mascara halverwege mijn wangen hangt en dat mijn haar een groot verwilderd vogelnest is. Boeien! De slopers houden toch wel van mij, zolang ik maar gewoon overal ja op ga zeggen vandaag, wat ze ook vragen. En dat je dan, als de mannetjes eenmaal in hun bed liggen, nog net met het laatste restje energie er een stukje tekst uit weet te persen. Dit stukje. Ik ben trots op mezelf. Heel erg trots. Morgen is alles beter. Toch?
dinsdag 22 november 2011
maandag 21 november 2011
Woef
“Hij doet niets hoor!” gilde de mevrouw terwijl haar herdershond in volle vaart op mijn inmiddels hysterisch krijsende jongste sloper kwam aangestormd. “MAAAAAAMAAAAAAAAAAAAA!” jammerde hij en hij probeerde zichzelf in mijn benen te drukken. De hond stond als een totale debiel om hem heen te springen, te kwijlen en te blaffen en het mens dat zich eigenaar mocht noemen kwam lachend aanlopen. “Hij doet niets hoor!” zei ze weer en liet de hond gewoon zijn gang gaan. De jongste sloper begon te huilen. Ik voelde een soort waasje voor mijn ogen trekken. Het was gevaarlijk rood. Ik blafte in haar richting: “Kun je die rothond alsjeblieft bij je houden? Hoe zou jij het vinden als er een hond van twee meter in je gezicht stond te blaffen en dat je dan alleen maar iemand die je niet kent van nog eens twee meter hoger hoort zeggen dat ie niets doet? Dat je alleen maar een grote bek met scherpe tanden voor je gezicht open en dicht ziet klappen en dat het kwijl om je oren vliegt en dat je af en toe een stel poten je kant op ziet komen? En dat je niet weg kunt? Dus donder op met die snerthond, houdt hem bij je en laat het zinnetje “Hij doet niets hoor!” voortaan gewoon achterwege. Haak dat beest aan een lijn als je kleine kinderen tegenkomt! Je hebt hem overduidelijk niet onder controle. Hij doet niets? Hij doet genoeg! Hij maakt mijn kind bang en aan het huilen. Blijkbaar telt bijten alleen als ´iets doen´, maar bij mij begint dat al een paar stadia eerder. En nou wegwezen met dat beest of ik schop hem! Heel erg hard!” De mevrouw sjorde aan haar hond die er duidelijk geen zin in had om naar haar te luisteren. Met veel pijn en moeite kreeg ze het beest aan een lijn en toen de hond het op een rennen zette, sleepte ze er treurig achteraan. Ik heb niet het idee dat het tot haar is doorgedrongen. Je houdt een hond gewoon weg bij kleine kinderen. Hij doet niets my ass! De eerstvolgende “Hij doet niets hoor!” die zijn hond op mijn kinderen loslaat heeft daarna een vliegende hond. "Bestaat dat echt mama, een vliegende hond?" "Oh jazeker schatje, moet jij eens opletten!" Zo.
donderdag 17 november 2011
Weg carrière
Het is eigenlijk gewoon de schuld van Ad Visser. Hij presenteerde Toppop en als kleuter vond ik niets leuker dan uit mijn plaat gaan op muziek van jaren 70 bandjes. En ja, als je dan als moeder iets aan Sinterklaas moet vertellen over je kind, vertel je natuurlijk dat ze van dansen houdt. Mijn moeder gaf het keurig door. Die Sinterklaas was trouwens de vader van een van mijn vriendinnen, maar goed, de vriendin in kwestie trapte er zelf ook in en zag door die baard haar vader echt niet zitten. Dat dansen deed ik thuis achter een grote stoel zodat niemand me zag en ik was mentaal echt niet voorbereid op een optreden op een podium naast Sinterklaas in het zicht van 40 volwassenen en 80 kinderen. Het was al met al een traumatische ervaring. Geweigerd te dansen, gejankt en uiteindelijk een laf dansje met een Piet. Nikserig optreden was dat. Ik heb daarna nooit meer fatsoenlijk op een podium kunnen staan. Jammer, want toneel had me wel wat geleken. Tijdens de audities voor het schooltoneel kwam er uiteindelijk alleen maar een langgerekte schrapende piep uit mijn keel. Ik zag iedereen kijken en ik stond weer op dat podium, naast Baardmans. Als mensen me aan gaan staren en ik ook maar één blik van ontzetting ontdek, is het over met mijn theatrale gave. Gaat dat deurtje direct op slot. Toen ook. Exit toneelcarrière. Ik houd Ad Visser verantwoordelijk. Het is allemaal zijn schuld dat ik hier nu stukjes zit te typen in plaats van dat ik in de Stadsschouwburg volle zalen trek. En het is ook de schuld van Sinterklaas natuurlijk. Mijn kinderen willen hem geen hand geven. Durven ze niet. Ik geef ze groot gelijk. De man helpt je carrière om zeep voor die goed en wel is begonnen. Dan kun je beter wat afstand bewaren. Het is wat.
maandag 14 november 2011
Aansteller
De deur ging open en daar zat ze, de mevrouw in een rolstoel. Hidde deed een stapje terug. Dat moest hij even goed bekijken. De jongens zongen uit volle borst “Sint Maarten, de koeien hebben staarten”, maar ik zag Hidde loeren ondertussen. Hij vond die rolstoel heel interessant. De vrouw die erin zat nog meer. Hij bekeek haar tijdens het zingen van onder tot boven en weer terug. Nadat hij zijn snoepje had uitgekozen (prioriteiten, prioriteiten) liep hij op haar af, wees naar haar benen en vroeg: “Kun jij soms niet meer lopen, dat je in die stoel zit eigenlijk?”
“Nee”, antwoordde de dame, “ik kan niet meer goed lopen.”
“Zijn allebei je benen stuk dan?” vroeg Hidde, terwijl hij over haar benen wreef. Hij wilde dat wel eens goed bekijken, benen die het niet meer doen. Hij kneep even zacht in haar linkerbeen.
“Nee, eentje, alleen mijn rechterbeen doet het niet meer. Dat jij nu knijpt voel ik, dat is mijn goede been”. Hidde liet meteen los, zette een stapje achteruit en lachte schaapachtig naar haar.
“Mijn rechterarm doet het trouwens ook niet. Kijk, die moet ik verplaatsen met mijn andere hand.” Ze tilde haar hand op en verlegde hem een stukje. Er zat geen beweging in, daar aan de rechterkant. Haar gezicht hing ook een beetje. Hidde moest even denken en keek haar strak aan. “Maar als je dan je hand zo kunt verplaatsen, dan kun je dat toch ook gewoon met je been doen? Dus eigenlijk kun je toch wel gewoon lopen?” Hij keek haar aan of ze zich gewoon een beetje zat aan te stellen. Ze moest erom lachen. “Dat gaat niet schat, ik kan er niet op staan, ik kan geen kracht op het been zetten. Dan zou ik de hele tijd omvallen.” Daar moest Hidde hard om lachen. Hij denkt in plaatjes, echte kerel. Hij broedde nog even verder. Hij krabde aan zijn oren, plukte aan zijn haar. Er ging wat komen, maar wat was nog niet duidelijk. De mevrouw in de rolstoel keek hem geduldig aan. Ze was ook benieuwd, dat zag je. “Maar als je dan wel op een been kunt staan hè, en je kunt ook een arm bewegen, dan kun je toch gewoon gaan hinkelen?” De mevrouw keek mij aan en hield daarna de bak met snoep nog een keer voor zijn neus. Zulke slimme opmerkingen verdiende een extra snoepje, vond ze. Dat was ik helemaal met haar eens. Hidde glom en koos een minimars.
“Nee”, antwoordde de dame, “ik kan niet meer goed lopen.”
“Zijn allebei je benen stuk dan?” vroeg Hidde, terwijl hij over haar benen wreef. Hij wilde dat wel eens goed bekijken, benen die het niet meer doen. Hij kneep even zacht in haar linkerbeen.
“Nee, eentje, alleen mijn rechterbeen doet het niet meer. Dat jij nu knijpt voel ik, dat is mijn goede been”. Hidde liet meteen los, zette een stapje achteruit en lachte schaapachtig naar haar.
“Mijn rechterarm doet het trouwens ook niet. Kijk, die moet ik verplaatsen met mijn andere hand.” Ze tilde haar hand op en verlegde hem een stukje. Er zat geen beweging in, daar aan de rechterkant. Haar gezicht hing ook een beetje. Hidde moest even denken en keek haar strak aan. “Maar als je dan je hand zo kunt verplaatsen, dan kun je dat toch ook gewoon met je been doen? Dus eigenlijk kun je toch wel gewoon lopen?” Hij keek haar aan of ze zich gewoon een beetje zat aan te stellen. Ze moest erom lachen. “Dat gaat niet schat, ik kan er niet op staan, ik kan geen kracht op het been zetten. Dan zou ik de hele tijd omvallen.” Daar moest Hidde hard om lachen. Hij denkt in plaatjes, echte kerel. Hij broedde nog even verder. Hij krabde aan zijn oren, plukte aan zijn haar. Er ging wat komen, maar wat was nog niet duidelijk. De mevrouw in de rolstoel keek hem geduldig aan. Ze was ook benieuwd, dat zag je. “Maar als je dan wel op een been kunt staan hè, en je kunt ook een arm bewegen, dan kun je toch gewoon gaan hinkelen?” De mevrouw keek mij aan en hield daarna de bak met snoep nog een keer voor zijn neus. Zulke slimme opmerkingen verdiende een extra snoepje, vond ze. Dat was ik helemaal met haar eens. Hidde glom en koos een minimars.
woensdag 9 november 2011
Fröbelen
Ik knutsel niet. Ik weiger dat. Ik ben geen fröbelmoeder, geen plak- en knipwonder, geen knutselrots in de branding voor prutsende kleuters. Niets van dat alles. Ik voel mij totaal niet geroepen. Dat ik er geen talent voor heb heeft er niets mee te maken. Ik kan eigenlijk ook niet koken, maar als je een recept gewoon volgt, zet ik best iets lekkers op tafel. Ik heb gewoon niet het geduld voor het gepriegel. Knippen, lijmen, plakken, vouwen, het is echt voor anderen. Met mijn gebrek aan geduld rag ik in een paar seconden tijd uren werk aan gort als het niet gaat zoals ik wil. Geen mooi gezicht voor een teer kinderzieltje.
Vrijdag is het Sint Maarten. Gaan we de deuren langs. Kinderen in dikke jassen, blosjes op de wangen, lampion met lampje in de hand. Die slopers van mij halen met gemak een halve Jamin binnen op een avond. Maar die lampionnen, die koop ik gewoon. Wij maken hier niets zelf, ook al schijnt dat te moeten met die lampionnen. Een vierjarige kan een lampion nog niet zelf maken en ik verrek het. Zo'n harmonicagevalletje, probeer het maar eens. Ze mogen hier trouwens wel kliederen wat ze willen hoor. Als het een bende wordt, prima. Ik kan heel goed klei opruimen, verf uit kleding wassen, ze mogen tekenen, kleuren en schilderen wat ze willen, als ze het maar wel zelf doen. Maak ik er wel een leuke foto van. Maar knutselen, dikke doei. Daar hebben ze nou winkels en pinpassen voor uitgevonden. Alles is te koop en dat vind ik een partij fijn. Dus vrijdag loop ik trots achter mijn zingende slopers aan, draag zakken vol snoep naar huis en zorg dat ik de reservelampionnen in de tas heb zitten. Ik heb er zin in.
Vrijdag is het Sint Maarten. Gaan we de deuren langs. Kinderen in dikke jassen, blosjes op de wangen, lampion met lampje in de hand. Die slopers van mij halen met gemak een halve Jamin binnen op een avond. Maar die lampionnen, die koop ik gewoon. Wij maken hier niets zelf, ook al schijnt dat te moeten met die lampionnen. Een vierjarige kan een lampion nog niet zelf maken en ik verrek het. Zo'n harmonicagevalletje, probeer het maar eens. Ze mogen hier trouwens wel kliederen wat ze willen hoor. Als het een bende wordt, prima. Ik kan heel goed klei opruimen, verf uit kleding wassen, ze mogen tekenen, kleuren en schilderen wat ze willen, als ze het maar wel zelf doen. Maak ik er wel een leuke foto van. Maar knutselen, dikke doei. Daar hebben ze nou winkels en pinpassen voor uitgevonden. Alles is te koop en dat vind ik een partij fijn. Dus vrijdag loop ik trots achter mijn zingende slopers aan, draag zakken vol snoep naar huis en zorg dat ik de reservelampionnen in de tas heb zitten. Ik heb er zin in.
vrijdag 4 november 2011
Borrelnoten
Het komt door die borrelnoten. Die hele vieze smerige borrelnoten die ik drie dagen geleden heb gegeten. Met een goor paprikapoederlaagje erover. Je kunt het vet net zo goed direct op je heupen spuiten, dus ik vond dat ik voor straf op de crosstrainer moest. Veel te lang natuurlijk en veel te zwaar. Dus een dag later begon mijn rug. Dat doet ie wel vaker, maar het zakte nu mijn been in, voorbij de knie zo naar mijn voeten. Dat is niet goed. Daar zit het nu al twee dagen en ik weet dus echt niet meer hoe ik moet zitten. Daarbij valt mijn linkerarm af en toe uit omdat mijn nek er ook even geen zin meer in heeft. Ik type met rechts, ik laat links letterlijk eventjes liggen. Ik ga vandaag maar eens een stukje wandelen in een omgeving waar ik zo min mogelijk naar links hoef te kijken en waar ik ook geen tas nodig heb. Want dat is fijn, lopen. Ik dacht zelf aan het Vondelpark. Twee keer rond en dan wat drinken bij Vertigo, zoals ik vroeger wel vaker deed. Er ligt even geen werk, dus het kan. Die 1000 woorden schrijf ik gewoon in mijn hoofd, ik neem wel een boekje mee en een pen, dat moet maar even zo. Ga ik er als een heusche schrijver bij zitten daar in Amsterdam. Beetje moeilijk kijken, mompelen, veel staren, kauwen op het uiteinde van mijn pen en uiteraard een goed gevuld glas alcohol voor de neus. Eitje. Dat sporten is echt hartstikke gevaarlijk voor je gezondheid. Dat heb ik al eerder gezegd, maar ik doe het nog een keer. Waar je dus ook voor uit moet kijken, wat ik eerder dus nog niet in de gaten had, zijn borrelnoten. Alle soorten borrelnoten. Mocht dit een vierde hernia betekenen, dan klaag ik ze aan, die borrelnotenbakkers. Want dat hadden ze er op de verpakking bij moeten zetten, dat het eten van borrelnoten in sommige gevallen tot ernstig rug- en nekletsel kan leiden. Ze zijn alvast gewaarschuwd daar in de borrelnotenfabriek. Dus.
woensdag 2 november 2011
Dorpsgek
Als je soms ietwat contactgestoord bent zoals ik, heb je enorme baat bij ava´s, heb ik gemerkt. Ik ben lid van nogal wat sociale netwerken en daar ben ik gelinkt met ik weet niet hoeveel mensen. Een hele hoop van deze mensen ken ik niet goed. Die zal ik dus ook nooit goed kennen want de fotootjes die bij de profielen staan, daar word ik niet veel wijzer van. Een oog, de hond, een mond, bloemetjes, een boekcover, spreuk van de dag, kaaklijn, decolleté, mooie schoenen, twee vingers in een V-teken, moonen vanuit een autoraam. En die ava´s zijn nu soms ook kleine bewegende poppetjes in minifilmpjes. Hartstikke leuk, alleen weet ik dan echt niet wie erbij hoort. Ik zou mezelf dan zwaaiend in zo´n ava plempen. Weet iedereen wie er bij de naam hoort. Laatst werd ik op straat begroet door iemand met wie ik dus blijkbaar gelinkt ben. “He Juul, leuk stukje in De Pers!” riep hij. Ik keek hem een beetje meewarig aan. Ken ik deze man? Wat een leukerd. Maar geen idee… Als een dolle ging ik alle ´wie ken ik ook alweer vakjes´ af in mijn hoofd. Hij hielp mij vlotjes. “Facebook”, zei hij. Het kwartje viel. Dit was iemand met alleen zijn stoppelbaard, of de kinderen in de zandbak of een bedrijfslogo. Ik zwaaide enthousiast en gilde heel hard “Bedankt!”. Een compliment krijg je niet vaak. Vanaf nu lach en zwaai ik naar iedereen. Want je weet maar nooit wie ik niet herken op straat. Kan mij het schelen. Eigenlijk is het wel makkelijk. In plaats van af te wachten of iemand nog wel weet wie ik ben, groet ik heel enthousiast als eerste. Het kost in het begin wat moeite, maar nu gaat het best lekker moet ik zeggen. Dus als je hier in Hilversum een iets te enthousiast zwaaiende blondine tegenkomt, die ook nog tegen iedereen hallo gilt, dan is de kans groot dat ik dat ben. De nieuwe dorpsgek. Daar hebben ze hier een groot tekort aan, aan dorpsgekken. Knapt het straatbeeld enorm van op. Ik help graag, voor zolang het nog duurt. Maar goed, ander verhaal. Ik wil alleen nog even zeggen: zo´n simpele pasfoto als ava, dat is toch zo beroerd nog niet. Dan kan ik mijn sociale fobie weer gewoon alle ruimte geven.
dinsdag 1 november 2011
Wereldreis
Ze waren hartstikke aandoenlijk. Vijf vrouwen samen op pad, in de grote stad. Het accent klonk uit het oosten, de haren waren praktisch kort, stevig montuur op de neus, allen een lange rok tot over de knie, paardrijlaarzen eronder en een dikke winterjas tot halverwege de billen, insnoerbaar, met een grote capuchon met bontkraag. Voor als het koud zou worden. Gewoon één jas voor de winter. Geen fratsen, je kiest één jas die handig is bij een broek en een rok en natuurlijk alle weertypes. Ze hadden allemaal de tas kruislings over het lichaam, handen op de tas, want ze waren hier natuurlijk wel in de grote stad. Ze kwamen naast me zitten. Ik schoof op. Al die jassen moesten op de bank. Ik wees ze op de kapstok die een stukje verder stond, maar zij keken me aan of ik mesjokke was. Dit was wel de grote stad en als je daar iets aan de kapstok hangt, moet je nog maar zien of je het ooit nog terugkrijgt. Ze gingen allemaal voor warme chocomel met slagroom. Dat was nog wat, want het meisje dat bediende sprak alleen Engels. Daar werd even flink over gemopperd. Hoe dat toch kon, in Nederland. Uit een van de stevige boodschappentassen kwam een digitale camera. Die had een van de dames van haar oudste zoon meegekregen. Hij zou de foto's wel voor ze nabestellen. Of ik de foto wilde maken. Dat wilde ik wel. Het was echt te zoet. Vijf precies dezelfde vrouwen, allemaal een colletje aan met een soort bodywarmer erover. Ze lachten moeilijk. Die gingen nooit op de foto, dat zag je zo. Ze lieten elkaar zien wat ze hadden gekocht. Een paar oorbellen voor de jongste dochter, een warme trui voor Henk, een wollen sjaal en zakdoeken voor Joop. Niets voor zichzelf. Ze keken op de kaart of ze hier wat wilden eten. Kikkererwten. Bedjes van… Tofuburger. Rucola. Dat ging het niet worden. Ze konden op het station toch ook gewoon eens een patatje eten? Met een kroketje? Ze moesten met de tram naar het station. Of ik wist waar de tram was. Ja, hier precies voor de deur. De conducteur helpt wel even met die kaartjes. Maak je geen zorgen. Na een kwartier gingen de jassen weer aan, de tassen om de schouders en zo schuifelden ze een voor een naar buiten, op weg naar de tram. Dwars door de grote stad. Ik bestelde nog een spaatje.
vrijdag 28 oktober 2011
Alarm
Ik hield mijn bonuspas voor de scanner, wilde gaan betalen, maar op dat moment begon de sirene te loeien. Er stonden direct twee medewerkers naast me die er een zeer kort “Tassencontrole” uit wisten te persen. Zonder te lachen en zonder mij aan te kijken. Ik had keurig gescand, alles nog een keer nagelopen, maar toch kreeg ik het hartstikke warm. Ik had het idee dat ze mij tot crimineel hadden gebombardeerd en dat ik met mazzel weg zou komen dadelijk. Na controle bleek het allemaal te kloppen natuurlijk en de twee waren even snel weg als ze waren gekomen. Het zweet stond mij op de rug en ik had nog net geen trillende vingers bij het afrekenen. Stom is dat toch. Je doet niets fout, maar de kans dat je per ongeluk iets verkeerd hebt gedaan en dat anderen dan denken dat je een slecht persoon bent, daar heb ik last van.
Nog zo'n verhaal. Je koopt iets in een winkel en ze vergeten bij het afrekenen het beveiligingsdingetje te verwijderen. Sta je daar, loeiende sirenes, totale paniek in de ogen en zo´n beveiligingsman die je even naar de kant begeleidt en die graag even in je tas wil kijken. Ik wil op zo´n moment gewoon excuses dat ze zijn vergeten het labeltje te verwijderen! Sta je voor schut daar tussen die poortjes met je rode hoofd en iedereen die je aankijkt alsof je de eerste de beste crimineel bent.
Soms blijf ik dus maar binnen staan, zwaai heel opzichtig eerst de tassen tussen de poortjes door ondertussen roepend “Even controleren hoor, ze zijn hier niet zo scherp!”. Misschien moet ik me bij de supermarkt ook maar gewoon vrijwillig melden voor tassencontrole. Houd je het zelf een beetje in de hand. Een mens moet toch wat?
Nog zo'n verhaal. Je koopt iets in een winkel en ze vergeten bij het afrekenen het beveiligingsdingetje te verwijderen. Sta je daar, loeiende sirenes, totale paniek in de ogen en zo´n beveiligingsman die je even naar de kant begeleidt en die graag even in je tas wil kijken. Ik wil op zo´n moment gewoon excuses dat ze zijn vergeten het labeltje te verwijderen! Sta je voor schut daar tussen die poortjes met je rode hoofd en iedereen die je aankijkt alsof je de eerste de beste crimineel bent.
Soms blijf ik dus maar binnen staan, zwaai heel opzichtig eerst de tassen tussen de poortjes door ondertussen roepend “Even controleren hoor, ze zijn hier niet zo scherp!”. Misschien moet ik me bij de supermarkt ook maar gewoon vrijwillig melden voor tassencontrole. Houd je het zelf een beetje in de hand. Een mens moet toch wat?
dinsdag 25 oktober 2011
zondag 23 oktober 2011
Bladblazer
Kijk, blaadjes vallen. Daar kunnen die blaadjes ook niets aan doen. Dat doen ze overal, in het bos, in de stad en natuurlijk ook hier. Dat het dorp er daardoor totaal depressief bijligt, dat is niet de schuld van de blaadjes, maar van het dorp. Geen enkele ziel. Daar helpt geen enkel blaadje tegen, geen ene mallemoer eigenlijk. Maar goed, die blaadjes vallen nou eenmaal. Ik heb alleen een verzoek: laat ze dan in ieder geval liggen. Je kunt dan tenminste nog een beetje zien hoe het ooit was. Toen het nog leefde. Van vallende blaadjes wordt een mens depressief (ik wel), maar als die blaadjes dan nog niet eens mogen blijven liggen, dan kan ik bij het nare drukkende gevoel ook nog goed de hele dag janken. Want het is hier weer zover. Iedereen is in de weer met het meest gruwelijke apparaat van Het Gooi: De Bladblazer. In het voorjaar kreeg ik al te horen bij de prachtig bloeiende kers dat het een mooie boom was, maar dat het zoveel rotzooi gaf en dat zijn precies de mensen die je met te wijde broek, schutkleur jas en de bladblazer losjes over een schouder alle 'rotzooi' met satanische blik in de ogen ziet verwijderen. Totaal geen respect voor leven in het algemeen, als je het mij vraagt. En een herrie dat zo'n apparaat maakt! Als je het dan over vervuiling hebt, wat een snertapparaat is dat, de bladblazer. Die is vast ooit door een foute Duitser uitgevonden om de boel lekker overzichtelijk te houden. Bij mij blijft alles liggen. Ook als die enorme eik los gaat laten. Pas in het eerste voorjaar verdwijnt blad hier in een container. Eerst liefdevol met een hark op een hoopje geveegd en daarna met de hand in de container gestopt. Zoals het hoort. Zo, waar zijn de pillen?
dinsdag 18 oktober 2011
Movember
Ik ben niet zo van de snorren. Ik krijg er altijd een beetje Ted de Braakneigingen van. Maar ik maak een uitzondering. De hele maand november wil ik zoveel mogelijk snorren zien. Want wat al die roze meuk doet voor Pink Ribbon, kan een snor doen in de strijd tegen prostaatkanker. Ik kreeg het linkje doorgestuurd (dank Daan) en ik vind het geweldig! Alle mannen aan de snor! Ik sponsor, leuk. Soort jaren '70 revival. Ik bedoel, er wordt nu ook van alles bezet, iedereen wil een betere wereld en ik hoor overal 'Fuck The System', dus doe daar dan ook maar weer een flinke snor bij. Draai ik de hele dag de Beatles. Maar het is voor een heel goed doel, dus klik in ieder geval even hier. Weg met de kale smoeltjes. Een maand lang harige gezichten, lijkt me super!
zondag 16 oktober 2011
Gers Pardoel - Ik neem je mee
Nog een keer, omdat het zo ontzettend leuk is, dit liedje.
Antwerpen
Antwerpen is een hele fijne stad. Met een heel fijne nieuwe attractie, het MAS. Hier mag je gewoon het depot in. Hangt het allemaal wel niet mooi aan de muur, maar het wordt toch van gemeentegeld aangeschaft, dus je mag het wel zien. Dat zouden ze hier in Amsterdam ook eens moeten doen. Wat daar allemaal in kelders staat weg te stoffen is schandalig, maar goed. Het is een aanrader. Als je er bent, ga er heen. Want het MAS is niet alleen een prachtig gebouw met een hele mooie collectie, de buurt waar het MAS is gevestigd, is briljant. Hele nieuwe wijk aan de Schelde met leuke cafés, restaurants en prachtige gebouwen. Mengelmoes van oud en nieuw, bouwkranen, water en staal en stenen. Om heel gelukkig van te worden. Daar zou ik nou ook best willen wonen. Leuke loft met uitzicht over het water, fietsje. Wie weet ooit nog eens…
Maar Antwerpen heeft meer, Antwerpen heeft ook hele mooie winkels. Ik ben de meest prachtige kleding- en schoenenzaken binnen geweest. Dat zijn eigenlijk ook allemaal kleine musea. En de aller allerleukste was de winkel van Dries van Noten. Daar was alles even mooi met een hele leuke uitschieter. Een topje. Met palletjes. Maar 775 euro. Geen geld. Maar probeer dat in Nederland maar eens te doen, mooie dure kleding passen, een gesprek voeren met een hele leuke verkoopmeneer over hoe je het beste een hele kip kunt braden en visitekaartjes meekrijgen van leuke restaurants waar hij zelf zou gaan eten. Zonder dat ik iets heb gekocht (de schrijverij is geen vetpot mensen). Trouwens, ik heb wel een ding gekocht: een heel mooi pop-upboek voor de slopers.
De Kleine Prins, speciale uitgave. Tip voor Sinterklaas.
België is te gek. Maar dat heb ik geloof ik al vaker gezegd.
Maar Antwerpen heeft meer, Antwerpen heeft ook hele mooie winkels. Ik ben de meest prachtige kleding- en schoenenzaken binnen geweest. Dat zijn eigenlijk ook allemaal kleine musea. En de aller allerleukste was de winkel van Dries van Noten. Daar was alles even mooi met een hele leuke uitschieter. Een topje. Met palletjes. Maar 775 euro. Geen geld. Maar probeer dat in Nederland maar eens te doen, mooie dure kleding passen, een gesprek voeren met een hele leuke verkoopmeneer over hoe je het beste een hele kip kunt braden en visitekaartjes meekrijgen van leuke restaurants waar hij zelf zou gaan eten. Zonder dat ik iets heb gekocht (de schrijverij is geen vetpot mensen). Trouwens, ik heb wel een ding gekocht: een heel mooi pop-upboek voor de slopers.
De Kleine Prins, speciale uitgave. Tip voor Sinterklaas.
België is te gek. Maar dat heb ik geloof ik al vaker gezegd.
woensdag 12 oktober 2011
Lui ding
Ik word er soms echt kotsmisselijk van. Vrouwen over vrouwen. Nu weer zo een in de VK, Ebru Umar. Lees ik dat ik, omdat ik geen 80K per jaar verdien een lui ding ben en liever teer op de zak van mijn man, in plaats van dat ik carrière maak. Ik werkte jarenlang keurig 4 dagen in de week, wat met file en thuiswerken erbij op vijf dagen uitkwam. Wij hadden toen ook al twee kinderen. Goddank verdiende wij genoeg om de opvang voor de jongens te kunnen betalen. Dat is ook niet iedereen gegeven. Ook manlief werkte vier dagen. Solidair als ie was. Nu werk ik even wat minder omdat ik iets aan het opbouwen ben. Ik werk nu eenmaal liever zelfstandig dan voor een baas. Ik ben, even, financieel afhankelijk van mijn man. Ik haal nu inderdaad de kinderen uit school, ik maak schoon en doe de was. Mijn man werkt minstens veertig uur per week en wij vinden dit een prima regeling. Zodra ik meer werk binnenhaal, komt de werkster wat meer of we denken na over een extra dag opvang voor de kinderen. En manlief pakt dan ook af en toe de stofzuiger. Zonder gezeik en gezeur. Dat is hoe wij het doen.
Ik hoef geen 80K te verdienen. Dan heb ik een namelijk, met het werk dat ik doe, inderdaad een heel vervelend leven. Dan werk ik waarschijnlijk 7 dagen per week en zie ik mijn kinderen nooit meer. Daar vind ik ze toch echt te leuk voor. Ik ben tevreden met heel wat minder K, minder uren werk en ik doe graag waar ik lol in heb. En dan werk ik nog steeds heel hard en maak ik nog steeds veel uren!
Blijkbaar is de kans ook heel groot dat ik voor een jong ding word verlaten. Dat zegt Ebru tenminste. Wat een treurige constatering. Wat doe je de meeste mannen daarmee tekort. In mijn omgeving werken de vrouwen hard. Er zijn er niet veel die 80K verdienen, maar ze werken hard en zouden zonder man heus niet op 3 hoog achter hoeven wonen en afhankelijk zijn van alimentatie. Ook zijn er sommigen die vrijwillig thuis zijn bij de kinderen. Een paar jaar thuis en daarna gewoon weer aan de slag. Dat mag niet meer tegenwoordig. Van mij mag iedereen zelf weten hoe ze het invullen. Als je er twee wilt werken of drie, lekker zelf weten. Zorg alleen dat mocht het nodig zijn, je voor jezelf kunt zorgen. En dat kan met heel wat minder dan 80K en werkweken van 60 uur. Die paar jaar thuis hoeft een carrière heus niet te nekken. De ´minstens 80K carrière´ misschien wel, maar die ambiëren we heus niet allemaal. En dan ben je dus niet meteen een lui ding.
Goddank heb ik niemand in mijn vriendenkring die blij is met een meisje omdat ze dan lekker mag trouwen en de hele dag niets hoeft te doen. Ebru wel. Misschien moet ze daar eens over nadenken, met wat voor mensen ze zich omringt. Dat er ook nog een middenweg is, dat het niet perse alles of niets hoeft te zijn, dat schijnt niet meer te mogen. De enige optie om het als vrouw tegenwoordig nog goed te doen is 60 uur per week werken, door glazen plafonds heen te rammen en nietsontziend carrière maken voor minstens 80K per jaar. Dan ben ik verdomme maar een lui ding. Kan mij het schelen.
Ik hoef geen 80K te verdienen. Dan heb ik een namelijk, met het werk dat ik doe, inderdaad een heel vervelend leven. Dan werk ik waarschijnlijk 7 dagen per week en zie ik mijn kinderen nooit meer. Daar vind ik ze toch echt te leuk voor. Ik ben tevreden met heel wat minder K, minder uren werk en ik doe graag waar ik lol in heb. En dan werk ik nog steeds heel hard en maak ik nog steeds veel uren!
Blijkbaar is de kans ook heel groot dat ik voor een jong ding word verlaten. Dat zegt Ebru tenminste. Wat een treurige constatering. Wat doe je de meeste mannen daarmee tekort. In mijn omgeving werken de vrouwen hard. Er zijn er niet veel die 80K verdienen, maar ze werken hard en zouden zonder man heus niet op 3 hoog achter hoeven wonen en afhankelijk zijn van alimentatie. Ook zijn er sommigen die vrijwillig thuis zijn bij de kinderen. Een paar jaar thuis en daarna gewoon weer aan de slag. Dat mag niet meer tegenwoordig. Van mij mag iedereen zelf weten hoe ze het invullen. Als je er twee wilt werken of drie, lekker zelf weten. Zorg alleen dat mocht het nodig zijn, je voor jezelf kunt zorgen. En dat kan met heel wat minder dan 80K en werkweken van 60 uur. Die paar jaar thuis hoeft een carrière heus niet te nekken. De ´minstens 80K carrière´ misschien wel, maar die ambiëren we heus niet allemaal. En dan ben je dus niet meteen een lui ding.
Goddank heb ik niemand in mijn vriendenkring die blij is met een meisje omdat ze dan lekker mag trouwen en de hele dag niets hoeft te doen. Ebru wel. Misschien moet ze daar eens over nadenken, met wat voor mensen ze zich omringt. Dat er ook nog een middenweg is, dat het niet perse alles of niets hoeft te zijn, dat schijnt niet meer te mogen. De enige optie om het als vrouw tegenwoordig nog goed te doen is 60 uur per week werken, door glazen plafonds heen te rammen en nietsontziend carrière maken voor minstens 80K per jaar. Dan ben ik verdomme maar een lui ding. Kan mij het schelen.
maandag 10 oktober 2011
Hijgen
Hijgen.
Wat is daarmee?
Daar heb ik een hekel aan.
Oh?
Als ik hijg betekent dit dat ik óf heb gerend óf een astma-aanval heb. Twee dingen die ik liever vermijd.
En dat was het?
Nee! Nog zo een is dat je in de sportschool op de loopband staat en naast me iemand aan het hardlopen is. Dat gehijg, belachelijk! Doe dat lekker buiten man! Ik kan er niet naar luisteren, echt niet. Ik wandel op 1%, dan hijg je niet, maar je wordt wel heel moe. Dat raad ik iedereen aan. Die zweetlucht, gadverdamme. Ik wacht altijd tot zo´n rennende hijgende zweetbaal verdwenen is, dan ga ik pas. Hijgen bij het roeien vind ik weer wel kunnen trouwens. Dat is subtiel hijgen. En als er zo´n groepje jonge kerels buikspieroefeningen ligt te doen voor je neus terwijl je lekker aan het fietsen bent, daar kan ik dan wel weer mee omgaan. Niet van die oude bierbuiken, die niet hè, dat snap jij ook wel.
Traint jouw man ook niet voor iets nu? Een loopje zondag?
Ja, maar die hijgt altijd uit in de tuin. Heeft ie het hele bos doorgerend, kan ie ook wel buiten hijgen. Zelfs al het regent. Is ie toch al nat. Maakt hem niks uit hoor.
Dat was het?
Oh, en hijgende mensen in de trein, die dan ook nog een beetje gaan lopen piepen en rochelen. Sprintje getrokken omdat ze te laat uit hun nest komen en dan mag ik naar dat gehijg gaan zitten luisteren! Daar zouden ze een extra coupe voor moeten maken, de ´uithijgcoupe´. Ik ben heus niet de enige hoor, die dit irritant vindt!
En hijgen tijdens seks? Vind je daarvan?
Prachtig! Er kan me niet genoeg worden gehijgd, gehegen, gehogen! Ooit had ik een scharrel die vond dat je geen geluid mocht maken tijdens de daad. Vond ie storend… Kijk, dan snap je het niet. Dan stoor je je dus echt op de verkeerde momenten hè, dat mag duidelijk zijn. Dat was natuurlijk overdreven aanstellerij. Gevalletje plankje mis.
Waar ga je trouwens naartoe, met je weekendtas?
Sportschool. Ik heb oordoppen mee en een bril met kleppen aan de zijkant. Hoef ik niet naar het gehijg te luisteren en hoef ik dat vieze gezweet niet te zien.
Maar je ruikt het nog wel…
Nee hoor, ik smeer altijd een klodder Vick onder mijn neus. Nergens meer last van.
Jij bent een tolerant tiepje hè?
Zekers.
Succes dan maar…
Bedankt!
Wat is daarmee?
Daar heb ik een hekel aan.
Oh?
Als ik hijg betekent dit dat ik óf heb gerend óf een astma-aanval heb. Twee dingen die ik liever vermijd.
En dat was het?
Nee! Nog zo een is dat je in de sportschool op de loopband staat en naast me iemand aan het hardlopen is. Dat gehijg, belachelijk! Doe dat lekker buiten man! Ik kan er niet naar luisteren, echt niet. Ik wandel op 1%, dan hijg je niet, maar je wordt wel heel moe. Dat raad ik iedereen aan. Die zweetlucht, gadverdamme. Ik wacht altijd tot zo´n rennende hijgende zweetbaal verdwenen is, dan ga ik pas. Hijgen bij het roeien vind ik weer wel kunnen trouwens. Dat is subtiel hijgen. En als er zo´n groepje jonge kerels buikspieroefeningen ligt te doen voor je neus terwijl je lekker aan het fietsen bent, daar kan ik dan wel weer mee omgaan. Niet van die oude bierbuiken, die niet hè, dat snap jij ook wel.
Traint jouw man ook niet voor iets nu? Een loopje zondag?
Ja, maar die hijgt altijd uit in de tuin. Heeft ie het hele bos doorgerend, kan ie ook wel buiten hijgen. Zelfs al het regent. Is ie toch al nat. Maakt hem niks uit hoor.
Dat was het?
Oh, en hijgende mensen in de trein, die dan ook nog een beetje gaan lopen piepen en rochelen. Sprintje getrokken omdat ze te laat uit hun nest komen en dan mag ik naar dat gehijg gaan zitten luisteren! Daar zouden ze een extra coupe voor moeten maken, de ´uithijgcoupe´. Ik ben heus niet de enige hoor, die dit irritant vindt!
En hijgen tijdens seks? Vind je daarvan?
Prachtig! Er kan me niet genoeg worden gehijgd, gehegen, gehogen! Ooit had ik een scharrel die vond dat je geen geluid mocht maken tijdens de daad. Vond ie storend… Kijk, dan snap je het niet. Dan stoor je je dus echt op de verkeerde momenten hè, dat mag duidelijk zijn. Dat was natuurlijk overdreven aanstellerij. Gevalletje plankje mis.
Waar ga je trouwens naartoe, met je weekendtas?
Sportschool. Ik heb oordoppen mee en een bril met kleppen aan de zijkant. Hoef ik niet naar het gehijg te luisteren en hoef ik dat vieze gezweet niet te zien.
Maar je ruikt het nog wel…
Nee hoor, ik smeer altijd een klodder Vick onder mijn neus. Nergens meer last van.
Jij bent een tolerant tiepje hè?
Zekers.
Succes dan maar…
Bedankt!
vrijdag 7 oktober 2011
Hollister
De lijm op mijn hoofd droogde ze met koude lucht. Dat voelde naar. Ik zat op een soort tandartsstoel en werd behangen met draden, stikkers, plaatjes. Of ik even mijn kleding uit wilde doen, mijn slaapkleding aan, dan kon ze mijn lichaam gaan ´plakken´. Ik voelde me niet op mijn gemak. Ik voel me nooit op mijn gemak trouwens, in een ziekenhuis. Het is de lucht, de sfeer, de geur. Hetzelfde als je katholieke kerk binnenloopt. Dan ligt er direct een last op je schouders. Hier ook. Ik word er licht van in mijn hoofd, misselijk. Op mijn benen kwamen stikkers, op mijn armen, mijn buik. Op mijn borst kwamen er drie. Of ik even hard op mijn kiezen wilde bijten. Daarna kreeg ik nog een kapje over mijn vinger. Dat mocht niet nat worden, zei ze streng.
Op de tiende verdieping wees ze me mijn kamer. Ik zag nog net mijn overbuurman zijn kamer in schieten. Enge man, agressieve kop. “Vannacht blijft er van ons niemand op de afdeling, maar hier is de alarmbel, mocht er iets zijn.” Daar zou ik dus, denkend aan mijn overbuurman, mee in mijn handen slapen. Als ik al zou slapen. “Het ontbijt staat morgen om half acht op de gang, koffie kun je zelf pakken en aan het einde van de hal is de relaxruimte. Succes en tot morgen.” Ze verdween de gang in. Ik keek om me heen. De kamer was grauw, smoezelig. Het witte laken stak af tegen de niet meer zo witte muur. Normaal hangt de muur vol met kaarten, staan er bloemen en komt er bezoek. Nu was er niets.
Ik ging voor het raam staan. Het uitzicht was prachtig. De stad aan mijn voeten. Ik zag het Rijks, de Rembrandttoren en bedacht hoe ik daar straks weer zou fietsen. Tussen mensen door slalommend, door parken, hard bellend, hard trappend, op weg naar rumoer. Toekomstmuziek. Uitzitten. Het leven wacht wel. Op de verwarming lag een blaadje. Hollister. Westernverhalen. Cowboy voorop, halfnaakte vrouw ernaast. De nacht voor mij heeft hier dus waarschijnlijk een man gelegen die zichzelf met stoere mannen in slaap heeft gelezen. Ik sloeg de dekens van het bed terug en keek eens goed. Het was schoon. Het blaadje was vergeten.
Vanuit de relaxkamer kwamen klaagverhalen. Alles werd minder en soms werd er iets te veel. De een had grotere problemen dan de ander en het was allemaal een doffe ellende. Ik draaide mij voor de deur weer om. Ik trek de klagende mens in ziekenhuizen slecht. Dan maar virtueel contact. Kon ik tenminste zelf kiezen wiens woorden ik binnen zou laten. In de hal stonden computers waar ik gebruik van mocht maken. Ik probeerde in te loggen. De ene foutmelding na de andere. Een beetje contact leek niet echt te gaan lukken. “Ze staan op iedere verdieping”, zei een voorbij schuifelende patiënt. Hij zag er moe uit. Mager. Kaal. Ik mankeerde niets maar was vol behangen met apparatuur. Hij droeg niets bij zich, maar was ziek. Heel ziek. Ik schaamde me ineens voor hoe ik eruit zag. Ik voelde me een aansteller. Ik wilde nog wat aardigs zeggen, maar hij schuifelde door. Hij had duidelijk geen behoefte aan contact.
Op de afdeling hartbewaking en intensive care lukte het me om in te loggen. Achter mij begon een arts te bellen met zijn lief. Zij was hem aan het verlaten. Niet direct, maar in fases, dat kon je horen aan wat er werd gezegd. Teksten die we allemaal kennen. Vasthouden aan wat voorbij is. Het zou een lijdensweg gaan worden, het leven van deze man de komende maanden. Hij smeekte, vergaf en werd met de minuut verdrietiger. Ik durfde hem niet aan te kijken. Wilde niet horen wat hij haar allemaal zei, maar kon er niet omheen. Stiekem hoopte ik op een beetje rumoer op de afdeling, dat hij snel aan de slag moest, dat hij op zou hangen. Ik dook mijn virtuele netwerk in en sloot hem zo goed en zo kwaad als het ging buiten.
Terug op de kamer keek ik naar de camera. Ik zou worden gefilmd vannacht. Big Brother. Dus iedere beweging, iedere zucht, iedere kuch zou worden geregistreerd. Zouden ze ook geluid meten? Mijn hartslag wel, mijn zuurstofgehalte, mijn spierspanning. Ik hoopte maar dat ik een beetje netjes zou dromen, als ik dat al ging doen. Liever geen heftige toestanden deze nacht. Wie weet wat ze allemaal lezen in die cijfertjes. Ik gleed onder de dekens en las nog wat. Over geweren, saloons en mooie vrouwen.
dinsdag 4 oktober 2011
Beetje overdreven
Wat doe je?
Koffer inpakken.
Ga je op vakantie?
Nee joh, een nachtje maar.
Wat neem je allemaal mee dan?
Gewoon, wat dingetjes…
Je staat op je koffer te springen, krijg je hem niet dicht?
Nee, probeer jij eens.
Wat zit hier in godsnaam allemaal in joh?
Ik zei toch, gewoon wat dingetjes…
Ik zie drie paar sokken, een joggingbroek, twee boeken, vier tijdschriften, pennen, twee toilettassen, een föhn, drie paar schoenen, breipennen met wol, sloffen, twee T-shirts korte mouw, twee T-shirts lange mouw, fotocamera, videoapparatuur, twee truien en een ochtendjas. Een laptop, een telefoon, het boek met al je trouwfoto's, twee opladers, drie fotolijstjes, vier onderbroeken, twee bh's een zak fruit en een bakje dropjes.
Ik ben graag een beetje voorbereid.
Maar wat ga je doen dan?
Slapen in het ziekenhuis. Kijken ze hoe ik dat doe. In de folder staat dat me wordt aangeraden een beetje op tijd te gaan slapen, hahahahahahahahahaha! Waarom moest ik dat slaaponderzoek nou doen? Sjiezus…
Slapen? Jij? Hahahahahahahahahahahaha! Ik stel voor vannacht het volkslied van Estland voor. Heeft dat tekst eigenlijk?
Geen idee, zoek ik vannacht wel even op. Ben Wikipediaverslaafde inmiddels. Leuker dan Wordfeud.
Hoe laat moet je er zijn?
Om vijf uur, lees ik net. En ik ben morgen om half tien weer thuis.
En daar heb je dit allemaal voor nodig!?!
Ik wou eigenlijk nog twee plantjes en wierookstokjes meenemen. Maar dat is zeker wat overdreven?
Koffer inpakken.
Ga je op vakantie?
Nee joh, een nachtje maar.
Wat neem je allemaal mee dan?
Gewoon, wat dingetjes…
Je staat op je koffer te springen, krijg je hem niet dicht?
Nee, probeer jij eens.
Wat zit hier in godsnaam allemaal in joh?
Ik zei toch, gewoon wat dingetjes…
Ik zie drie paar sokken, een joggingbroek, twee boeken, vier tijdschriften, pennen, twee toilettassen, een föhn, drie paar schoenen, breipennen met wol, sloffen, twee T-shirts korte mouw, twee T-shirts lange mouw, fotocamera, videoapparatuur, twee truien en een ochtendjas. Een laptop, een telefoon, het boek met al je trouwfoto's, twee opladers, drie fotolijstjes, vier onderbroeken, twee bh's een zak fruit en een bakje dropjes.
Ik ben graag een beetje voorbereid.
Maar wat ga je doen dan?
Slapen in het ziekenhuis. Kijken ze hoe ik dat doe. In de folder staat dat me wordt aangeraden een beetje op tijd te gaan slapen, hahahahahahahahahaha! Waarom moest ik dat slaaponderzoek nou doen? Sjiezus…
Slapen? Jij? Hahahahahahahahahahahaha! Ik stel voor vannacht het volkslied van Estland voor. Heeft dat tekst eigenlijk?
Geen idee, zoek ik vannacht wel even op. Ben Wikipediaverslaafde inmiddels. Leuker dan Wordfeud.
Hoe laat moet je er zijn?
Om vijf uur, lees ik net. En ik ben morgen om half tien weer thuis.
En daar heb je dit allemaal voor nodig!?!
Ik wou eigenlijk nog twee plantjes en wierookstokjes meenemen. Maar dat is zeker wat overdreven?
maandag 3 oktober 2011
Tukkie doen
De laatste keer dat ik in Het Slotervaartziekenhuis was, was voor mijn herniaoperaties. Met de neurochirurg die eruit zag als een boswachter, op echte klompen liep en de anesthesist de gasboer noemde. Lomp in de omgang, erg precies met de handen. Die gasboer was iets minder precies geweest. Ik heb na de tweede operatie ongeveer 24 uur overgegeven. Dat moet je eens proberen als je net aan je rug bent geopereerd. Maar goed, daar gaat het eigenlijk allemaal niet over, ik dwaal af.
Ik mag er weer heen, naar het Slotervaart. Zonder narcose deze keer. Slaaponderzoekje gaat het worden. Ik en slapen, dat is een rampencombinatie. Sinds ik melatonine slik in hele hoge doseringen gaat het redelijk, maar het blijf een hoop gesodemieter. Nu gaan ze me dus aan een onderzoek onderwerpen. Ik heb een brief gekregen waarin me is verteld dat ik volledig word volgeplakt met allerlei stikkers, meetapparatuur, gezichtsmaskers, slangetjes, buisjes en verzin er zelf nog maar wat bij. Ik zal echt heel lekker slapen morgen…
Wie weet droom ik wel te weinig, kom ik niet in de diepste slaap, snurk ik, stop ik soms met ademhalen of er zit gewoon een draadje los. We gaan er nu achter komen. Over een paar weken komt de uitslag. Ik zal straks maar eens een koffertje gaan pakken. Ik heb nog even gebeld of ze een beetje fatsoenlijke wifi hebben daar. Dat hebben ze niet. Dus geen live foto-updates op facebook en twitter. Dat is jammer. Het wordt vast weer hilarisch. Ik moet alleen al in de middag komen. Dat vond ik wat vroeg voor een slaaponderzoek. Ik moest niet zeuren, maar gewoon op tijd zijn,werd me meegedeeld.
Ik zeg u allen alvast welterusten. Wat je weet maar nooit of het me gaat lukken, dat tukken.
Ik mag er weer heen, naar het Slotervaart. Zonder narcose deze keer. Slaaponderzoekje gaat het worden. Ik en slapen, dat is een rampencombinatie. Sinds ik melatonine slik in hele hoge doseringen gaat het redelijk, maar het blijf een hoop gesodemieter. Nu gaan ze me dus aan een onderzoek onderwerpen. Ik heb een brief gekregen waarin me is verteld dat ik volledig word volgeplakt met allerlei stikkers, meetapparatuur, gezichtsmaskers, slangetjes, buisjes en verzin er zelf nog maar wat bij. Ik zal echt heel lekker slapen morgen…
Wie weet droom ik wel te weinig, kom ik niet in de diepste slaap, snurk ik, stop ik soms met ademhalen of er zit gewoon een draadje los. We gaan er nu achter komen. Over een paar weken komt de uitslag. Ik zal straks maar eens een koffertje gaan pakken. Ik heb nog even gebeld of ze een beetje fatsoenlijke wifi hebben daar. Dat hebben ze niet. Dus geen live foto-updates op facebook en twitter. Dat is jammer. Het wordt vast weer hilarisch. Ik moet alleen al in de middag komen. Dat vond ik wat vroeg voor een slaaponderzoek. Ik moest niet zeuren, maar gewoon op tijd zijn,werd me meegedeeld.
Ik zeg u allen alvast welterusten. Wat je weet maar nooit of het me gaat lukken, dat tukken.
donderdag 29 september 2011
Gecondoleerd is een kutwoord
Ik kan niet zo goed tegen het woord 'gecondoleerd'. Het is een kutwoord. Het is volgens mij het allerlaatste woord dat troost biedt en waar je een warmer gevoel door krijgt. Het woord 'gecondoleerd' schept ook een enorme afstand. Het is te formeel, te gekunsteld en, ik zei het al, het is een kutwoord.
Voor 'gefeliciteerd' heb je tenminste varianten. Van harte, hieperdepiep, er is er een jarig, Happy Birthday, noem maar op. Genoeg. En dat zijn allemaal hele leuke woorden waar je goede zin van krijgt. Nou heeft dat ook alles met de omstandigheden te maken, maar het bijbehorende woord hoort, welke stemming ook, op een positieve manier te ondersteunen. Het woord 'gecondoleerd' ondersteunt helemaal niets, het is alleen maar een hol formeel kutwoord. Ik zoek naar een variant op 'gecondoleerd'. Want 'gecondoleerd' is een kutwoord en ik wil graag iets zeggen dat wel betekenis heeft. Maar het is er niet. Of het is weer net zo'n kutwoord als 'gecondoleerd' zelf al is. Ik wil graag iets zeggen dat troost biedt en dat hoeft niet groots te zijn, maar wel raak.
Ik heb nog een dag om erover na te denken. En als ik het zaterdag nog steeds niet weet, geef ik gewoon een knuffel. Een hele stevige. Omdat dat zoveel meer zegt dan een kutwoord als 'gecondoleerd'.
Voor 'gefeliciteerd' heb je tenminste varianten. Van harte, hieperdepiep, er is er een jarig, Happy Birthday, noem maar op. Genoeg. En dat zijn allemaal hele leuke woorden waar je goede zin van krijgt. Nou heeft dat ook alles met de omstandigheden te maken, maar het bijbehorende woord hoort, welke stemming ook, op een positieve manier te ondersteunen. Het woord 'gecondoleerd' ondersteunt helemaal niets, het is alleen maar een hol formeel kutwoord. Ik zoek naar een variant op 'gecondoleerd'. Want 'gecondoleerd' is een kutwoord en ik wil graag iets zeggen dat wel betekenis heeft. Maar het is er niet. Of het is weer net zo'n kutwoord als 'gecondoleerd' zelf al is. Ik wil graag iets zeggen dat troost biedt en dat hoeft niet groots te zijn, maar wel raak.
Ik heb nog een dag om erover na te denken. En als ik het zaterdag nog steeds niet weet, geef ik gewoon een knuffel. Een hele stevige. Omdat dat zoveel meer zegt dan een kutwoord als 'gecondoleerd'.
dinsdag 27 september 2011
Blink
Ik ben Mien Poets. Deze week dan. Want zaterdag is het Open Huizen Route en daar doen we aan mee. Dus ik bak vrijdag een appeltaart die zaterdag even de oven ingaat, rozengeur en maneschijn in de badkamer en de poes ligt heel voorbeeldig op een matje in de vensterbank tevreden te ronken. Idyllisch allemaal. Er staat een pan met verse tomatensoep te pruttelen, de keuken blinkt als een dolle en je kunt op je sokken glijden door de woonkamer. Boven blinkt alles je tegemoet en het huis schreeuwt erom gekocht te worden door iemand die er net zo liefdevol mee omgaat als wij. Maar ja, dat schone, dat moet nog wel effies gebeuren…
Dus ik ben met stofzuiger, zwabber, poetsdoeken, allesreiniger, terpentine, oh nee, ammoniak tegen de strepen, en een droog doekje voor het nawrijven in de weer. En ik weet het heel zeker, dit is zoooo niets voor mij. Schoonmaken doe je uit frustratie, depressie of woede. Maar ik voel me prima en nu is het een gedoe! Maar ik houd vol, ik houd stand en ik ben niet te flauw hè. Ik sleep met emmers sop, wiebel op keukentrapjes en zie vuil dat ik in mijn leven nog nooit zou hebben opgemerkt. Nu wel. Ik strijk er ook nog van alles bij, ruim het hele huis op, inclusief keukenlades en mijn kledingkast moet er ook nog aan geloven. Alles keurig op stapeltjes, kleur bij kleur. Ik ben hartstikke georganiseerd... Iedereen gaat die lades en kasten natuurlijk opentrekken en ik wil niet dat ze dan zeggen dat ik een slordig typje ben. Want dat gaat niemand iets aan namelijk, dat ik dat wel ben.
Ik negeer mijn eigen karakter deze week volkomen. Voor het goede doel hè. In Amsterdam mag het gewoon weer de gezellige rotzooi worden die het hier normaal gesproken is. Dan maak ik als reactie op dit verhaal gewoon een maandje of zes niets meer schoon. Dan klopt het weer. Yin en Yang. Zen to the max. Maar nu even niet. Waar is de Vim?
Dus ik ben met stofzuiger, zwabber, poetsdoeken, allesreiniger, terpentine, oh nee, ammoniak tegen de strepen, en een droog doekje voor het nawrijven in de weer. En ik weet het heel zeker, dit is zoooo niets voor mij. Schoonmaken doe je uit frustratie, depressie of woede. Maar ik voel me prima en nu is het een gedoe! Maar ik houd vol, ik houd stand en ik ben niet te flauw hè. Ik sleep met emmers sop, wiebel op keukentrapjes en zie vuil dat ik in mijn leven nog nooit zou hebben opgemerkt. Nu wel. Ik strijk er ook nog van alles bij, ruim het hele huis op, inclusief keukenlades en mijn kledingkast moet er ook nog aan geloven. Alles keurig op stapeltjes, kleur bij kleur. Ik ben hartstikke georganiseerd... Iedereen gaat die lades en kasten natuurlijk opentrekken en ik wil niet dat ze dan zeggen dat ik een slordig typje ben. Want dat gaat niemand iets aan namelijk, dat ik dat wel ben.
Ik negeer mijn eigen karakter deze week volkomen. Voor het goede doel hè. In Amsterdam mag het gewoon weer de gezellige rotzooi worden die het hier normaal gesproken is. Dan maak ik als reactie op dit verhaal gewoon een maandje of zes niets meer schoon. Dan klopt het weer. Yin en Yang. Zen to the max. Maar nu even niet. Waar is de Vim?
vrijdag 23 september 2011
donderdag 22 september 2011
Wordfeud
Geef me een spelletje op de telefoon en ik ben verslaafd. Wordfeud. Vreselijk. Loop de hele dag op mijn telefoon te loeren of ik al weer wat kan gaan leggen. Scrabble. Waar ik vroeger een hekel aan had. Nu niet meer. Ik lijk wel een junk. Eerst die k*tvogels en nu dit… Iedereen speelt het ook! Ik heb het een weekje of wat buiten de deur kunnen houden, maar ik kreeg een uitnodiging en toen heb ik het een keertje geprobeerd en nu is het dus foute boel.
Het is wel gezellig, dat wel. Want je kunt bij het versturen van je woord ook gezellig even babbelen met je tegenstander. Waar ik moeite mee heb, is de random preutsheid van wordfeud (sex mag niet, maar hoer en slet dan weer wel) en hij weigert een hoop verkleinwoordjes. Ook bestaan er woorden die de Van Dale niet kent (snork) en alles wat Latijn is, moet ie niet. De ene afkorting is oké terwijl de andere niet mag (NV mag wel, VN mag niet). Ik vind dat dus erg verwarrend.
Ik leg soms zo maar wat om te kijken of ie het pakt. Zo weer punten erbij met een woord als 'porsu' of zoiets. Ik speel het nu tegen een mannetje of 8 en ik weet niet of dat veel of weinig is eigenlijk. Ik wacht nog op een oud collega met een taaltic, zij is er vast heel goed in.
Tot nu toe heb ik alles glorieus verloren. Dat kan mij niet schelen. Anderen daarentegen (ook al zo'n mooi woord) zijn bloedfanatiek. Ik heb dat wat minder. Ik leg rustig 'en' of 'of' als ik het even niet weet. Ik wilde vandaag 'novice' leggen en 'shoarma', maar kon het nergens kwijt. Dan kies ik voor 'in' en 'ma'. Kan mij het schelen.
Zo, wie wil er nog een potje?
Het is wel gezellig, dat wel. Want je kunt bij het versturen van je woord ook gezellig even babbelen met je tegenstander. Waar ik moeite mee heb, is de random preutsheid van wordfeud (sex mag niet, maar hoer en slet dan weer wel) en hij weigert een hoop verkleinwoordjes. Ook bestaan er woorden die de Van Dale niet kent (snork) en alles wat Latijn is, moet ie niet. De ene afkorting is oké terwijl de andere niet mag (NV mag wel, VN mag niet). Ik vind dat dus erg verwarrend.
Ik leg soms zo maar wat om te kijken of ie het pakt. Zo weer punten erbij met een woord als 'porsu' of zoiets. Ik speel het nu tegen een mannetje of 8 en ik weet niet of dat veel of weinig is eigenlijk. Ik wacht nog op een oud collega met een taaltic, zij is er vast heel goed in.
Tot nu toe heb ik alles glorieus verloren. Dat kan mij niet schelen. Anderen daarentegen (ook al zo'n mooi woord) zijn bloedfanatiek. Ik heb dat wat minder. Ik leg rustig 'en' of 'of' als ik het even niet weet. Ik wilde vandaag 'novice' leggen en 'shoarma', maar kon het nergens kwijt. Dan kies ik voor 'in' en 'ma'. Kan mij het schelen.
Zo, wie wil er nog een potje?
maandag 19 september 2011
En dan is het stil
Soms is het niet genoeg. Soms kun je vechten wat je wilt, maar is het niet genoeg. Een tijd geleden schreef ik over een jongen met wie het niet goed ging, zie hier. Daan heeft het niet gered. De mannen zijn er kapot van. Ik had gehoopt dat we na de begrafenis van Mae elkaar pas weer over 40 jaar in dit soort omstandigheden zouden tegenkomen. Soms kun je dus ook hopen wat je wilt. Tijdens de drukte van het weekend is het makkelijk weg te moffelen. Je duikt vol het leven in en viert dat zo hard als je kunt. Maar nu is het stil. Ik moet wat gaan doen, want als je je verplaatst in de situatie, kun je niets anders doen dan huilen. Klotezooi.
zaterdag 17 september 2011
donderdag 15 september 2011
Vragen
De oudste sloper laat me trots zijn tafel zien op school. Net begonnen in groep drie. Hij trekt er twee boeken uit. De een is taal, de ander rekenen. Hij oefent letters. Mam, de a spreek je uit als a en twee keer een a spreek je uit als aa. Wist je dat? De d noemt ie een b en de b een d en hoe dat zit met een o en een e aan elkaar? Mam, leer jij mij lezen? Tuurlijk schatje, doe ik. Rekenen vindt ie simpel en hij stelt stoere vragen.
Mam, hoe kan het eigenlijk dat er geluid uit de radio komt? Mam, bij een file hè, wat doen de voorste auto´s dan eigenlijk? Hoe maak je eigenlijk shampoo? Waarom komt er eigenlijk elektriciteit uit de muur? Raakt het water eigenlijk wel eens op? Hoe is de aarde eigenlijk ontstaan? Ja, maar, die eerste boom, waar kwam dat zaadje dan eigenlijk vandaan? Hoe werkt de afzuigkap eigenlijk? Waarom val je eigenlijk een stukje naar beneden als je heel erg hard schommelt? Bestonden er naast dinosaurussen eigenlijk ook draken? Gaat Sinterklaas eigenlijk nooit dood? Wie betaalt die cadeautjes eigenlijk? Waarom wordt een ei eigenlijk hard als je het kookt? Wat betekent ´crisis´ eigenlijk? Waar is dat harde ding om je hersenen eigenlijk voor? Hoe heet dat eigenlijk? Wat is snot eigenlijk? Hoe werkt een bril… eigenlijk?
Ik vind het te gek! Hij legt mij gisteren uit hoe het zit met een maansverduistering. Had Cas ´m verteld en hij vindt dat dus allemaal leuk. Net zoals hij wil weten waar paddenstoelen vandaan komen en waarom muggen bloed drinken. In de bossen zoekt hij verschillende soorten naalden en hij weet wat een eik is. Hij kent het geluid van de specht en vraagt mij of wel eens hazelwormen heb gezien. Soms wou ik dat ik ook weer zes was. Dat je de verwondering nog hebt, dat je alles nog moet leren.
Volgende week lever ik sloper nummer twee ook af op school. Dat vind ik vooral heel erg moeilijk. Dat ze allebei de wereld gaan verkennen, een leventje hebben waar je geen deel meer van uitmaakt. Dat je maar moet hopen dat ze je het een en ander vertellen. De Cars rugzak staat klaar. Ze gaan bijna op kamers.
Mam, hoe kan het eigenlijk dat er geluid uit de radio komt? Mam, bij een file hè, wat doen de voorste auto´s dan eigenlijk? Hoe maak je eigenlijk shampoo? Waarom komt er eigenlijk elektriciteit uit de muur? Raakt het water eigenlijk wel eens op? Hoe is de aarde eigenlijk ontstaan? Ja, maar, die eerste boom, waar kwam dat zaadje dan eigenlijk vandaan? Hoe werkt de afzuigkap eigenlijk? Waarom val je eigenlijk een stukje naar beneden als je heel erg hard schommelt? Bestonden er naast dinosaurussen eigenlijk ook draken? Gaat Sinterklaas eigenlijk nooit dood? Wie betaalt die cadeautjes eigenlijk? Waarom wordt een ei eigenlijk hard als je het kookt? Wat betekent ´crisis´ eigenlijk? Waar is dat harde ding om je hersenen eigenlijk voor? Hoe heet dat eigenlijk? Wat is snot eigenlijk? Hoe werkt een bril… eigenlijk?
Ik vind het te gek! Hij legt mij gisteren uit hoe het zit met een maansverduistering. Had Cas ´m verteld en hij vindt dat dus allemaal leuk. Net zoals hij wil weten waar paddenstoelen vandaan komen en waarom muggen bloed drinken. In de bossen zoekt hij verschillende soorten naalden en hij weet wat een eik is. Hij kent het geluid van de specht en vraagt mij of wel eens hazelwormen heb gezien. Soms wou ik dat ik ook weer zes was. Dat je de verwondering nog hebt, dat je alles nog moet leren.
Volgende week lever ik sloper nummer twee ook af op school. Dat vind ik vooral heel erg moeilijk. Dat ze allebei de wereld gaan verkennen, een leventje hebben waar je geen deel meer van uitmaakt. Dat je maar moet hopen dat ze je het een en ander vertellen. De Cars rugzak staat klaar. Ze gaan bijna op kamers.
maandag 12 september 2011
Wat een nacht
Er was een tijd dat ik per nacht meestal maximaal drie tot vier uur sliep en dat zo´n vier tot vijf nachten in de week, een jaartje of vijf lang. Daar heb ik behoorlijk last van gehad, maar nu gaat het, afkloppen, best heel oké de laatste maanden. Ik leef niet meer als een totale zombie, maar als een halve, ik heb meer geduld soms, sport weer af en toe en voel me eens in de zoveel tijd zelfs best wel fit (shocker!). Maar soms, dan zit er ineens weer zo´n nacht tussen dat het niet wil. Dat je bekaf om elf uur in je nest kruipt, pilletje melatonine achter de kiezen, slaaptheetje op, de mug een dikke vinger gevend omdat je jezelf helemaal met een goedje hebt ingesmeerd en je spontaan in een citroen bent veranderd en dan denk je, wat kan er nog mis? Nou, veel.
Klapperende rolgordijnen. Toch een mug met een doodswens. Tikkende wekker terwijl die digitaal is, knap hè? Brommers, regen, wind, een bedplasser met huilalarm, vallend lampje, poezenluik, vage tikjes ergens, een hoofd dat niet uitgaat en een zwaar ademende echtgenoot die soms even tandenknarst of een giechelbui krijgt. Hij slaapt lekker door. Ik niet. Pepijn gilt midden in de nacht om Hidde, lacht hysterisch, valt uit bed, kruipt er weer in en toen moest ik een plas en ja, dan ga je eruit en blijf je er ook even uit. Dat moet hè, schijnt goed te zijn, even in een andere setting... haha! Dus dan zit je even beneden, aait de kat die het een dolle boel vindt dat je er zit en zo hard begint te breien dat je je nachthemd wel weg kunt gooien en na een half uur sjok je weer naar boven om weer van voor af aan te beginnen.
Ik zit hier te tollen. Als ik twee uur slaap heb gehaald, is het veel. Ik ga nu dus op de automatische piloot tikken. Dat kan ik namelijk, maar dat betekent wel dat ik vanmiddag rond vier uur volledig omval. Kan mij het schelen. Ik heb nog een uitnodiging voor het slaapcentrum liggen. Gaan ze kijken wat er met mij gebeurt ´s nachts. Krijg ik van die noppen op mijn hoofd, metertjes aan mijn lijf en mag ik lekker ontspannen in het ziekenhuis slapen. Ik raak al in paniek als ik een ziekenhuis ruik! Die heb ik iets te veel gezien de afgelopen jaren. Dat gaat nog wat worden. Daar kom ik vast nog eens op terug. Nu ga ik even koffie zetten. Een litertje of vier moet het doen, hoop ik. Gaap. Mocht u mij vandaag nodig hebben, zacht praten en heel lief voor me zijn. Dat weet ik enorm te waarderen. Heus.
Klapperende rolgordijnen. Toch een mug met een doodswens. Tikkende wekker terwijl die digitaal is, knap hè? Brommers, regen, wind, een bedplasser met huilalarm, vallend lampje, poezenluik, vage tikjes ergens, een hoofd dat niet uitgaat en een zwaar ademende echtgenoot die soms even tandenknarst of een giechelbui krijgt. Hij slaapt lekker door. Ik niet. Pepijn gilt midden in de nacht om Hidde, lacht hysterisch, valt uit bed, kruipt er weer in en toen moest ik een plas en ja, dan ga je eruit en blijf je er ook even uit. Dat moet hè, schijnt goed te zijn, even in een andere setting... haha! Dus dan zit je even beneden, aait de kat die het een dolle boel vindt dat je er zit en zo hard begint te breien dat je je nachthemd wel weg kunt gooien en na een half uur sjok je weer naar boven om weer van voor af aan te beginnen.
Ik zit hier te tollen. Als ik twee uur slaap heb gehaald, is het veel. Ik ga nu dus op de automatische piloot tikken. Dat kan ik namelijk, maar dat betekent wel dat ik vanmiddag rond vier uur volledig omval. Kan mij het schelen. Ik heb nog een uitnodiging voor het slaapcentrum liggen. Gaan ze kijken wat er met mij gebeurt ´s nachts. Krijg ik van die noppen op mijn hoofd, metertjes aan mijn lijf en mag ik lekker ontspannen in het ziekenhuis slapen. Ik raak al in paniek als ik een ziekenhuis ruik! Die heb ik iets te veel gezien de afgelopen jaren. Dat gaat nog wat worden. Daar kom ik vast nog eens op terug. Nu ga ik even koffie zetten. Een litertje of vier moet het doen, hoop ik. Gaap. Mocht u mij vandaag nodig hebben, zacht praten en heel lief voor me zijn. Dat weet ik enorm te waarderen. Heus.
donderdag 8 september 2011
Tanken
Wat is dat toch met mannen en tanken? Of liever gezegd, met niet tanken totdat dreigt dat de auto langs de kant van de weg komt te staan omdat de benzine op is.
Meerdere vriendjes en ook mijn huidige echtgenoot hebben dezelfde tik. Als de auto een piepje geeft dat je onderhand eens moet gaan tanken, vonden en vinden zij dat je er dan nog makkelijk 100 kilometer mee kunt rijden. Dus er worden stations overgeslagen omdat “het het verkeerde merk benzine is” , omdat “we het volgende station ook nog makkelijk halen en ik wil dit liedje nog even afhoren”, of “ze zeggen wel dat je nu nog 50 kilometer kunt rijden, maar het zijn er makkelijk 100 hoor!” en meer van die totale kul.
Ik krijg dan stress. Veel stress. Met twee kinderen op de achterbank kom ik sowieso niet graag langs de kant van de weg te staan en dat is helemaal belachelijk als het echt niet hoeft. Die klapband vorig jaar was overmacht, maar niet op tijd tanken is van de pot gerukt natuurlijk.
In België word ik helemaal ongelukkig, want het lijkt wel of er in heel België maar een tankstation is en dat dat dan ook nog steeds van plaats wisselt. Een keer ben ik met ´zo´n man met tankfobie´en een lege tank met heel veel mazzel nog een benzinestation ingerold. De auto deed al niets meer, maar we konden met wat duwen nog wel bij een tankstation komen.
Nu maak ik dus ruzie om op tijd te kunnen tanken. “Het kan mij geen reet schelen dat jij nog 80 kilometer met zo´n tank kunt rijden, ik kan dat niet, dus dat doen we dan ook niet!” Daarna ga je gewoon aan het stuur hangen en zorg je dat je op de afrit terecht komt. Nog beter is zelf rijden natuurlijk, dat snap ik ook wel. Dan halen we dat piepje niet eens. Zodra ik in de buurt van het rood kom, tank ik. Hoe moeilijk kan het zijn? Maar wat dat nou is bij die mannen? Wie het weet mag het zeggen.
Meerdere vriendjes en ook mijn huidige echtgenoot hebben dezelfde tik. Als de auto een piepje geeft dat je onderhand eens moet gaan tanken, vonden en vinden zij dat je er dan nog makkelijk 100 kilometer mee kunt rijden. Dus er worden stations overgeslagen omdat “het het verkeerde merk benzine is” , omdat “we het volgende station ook nog makkelijk halen en ik wil dit liedje nog even afhoren”, of “ze zeggen wel dat je nu nog 50 kilometer kunt rijden, maar het zijn er makkelijk 100 hoor!” en meer van die totale kul.
Ik krijg dan stress. Veel stress. Met twee kinderen op de achterbank kom ik sowieso niet graag langs de kant van de weg te staan en dat is helemaal belachelijk als het echt niet hoeft. Die klapband vorig jaar was overmacht, maar niet op tijd tanken is van de pot gerukt natuurlijk.
In België word ik helemaal ongelukkig, want het lijkt wel of er in heel België maar een tankstation is en dat dat dan ook nog steeds van plaats wisselt. Een keer ben ik met ´zo´n man met tankfobie´en een lege tank met heel veel mazzel nog een benzinestation ingerold. De auto deed al niets meer, maar we konden met wat duwen nog wel bij een tankstation komen.
Nu maak ik dus ruzie om op tijd te kunnen tanken. “Het kan mij geen reet schelen dat jij nog 80 kilometer met zo´n tank kunt rijden, ik kan dat niet, dus dat doen we dan ook niet!” Daarna ga je gewoon aan het stuur hangen en zorg je dat je op de afrit terecht komt. Nog beter is zelf rijden natuurlijk, dat snap ik ook wel. Dan halen we dat piepje niet eens. Zodra ik in de buurt van het rood kom, tank ik. Hoe moeilijk kan het zijn? Maar wat dat nou is bij die mannen? Wie het weet mag het zeggen.
dinsdag 6 september 2011
Natte broek
Toch blijft het gênant, dat hele hoogtevreesgedoetje. In Normandië waren we bij de enorme rotspartijen in Entretat en dat is natuurlijk hartstikke mooi vanaf het strand, maar voor een beetje indrukwekkend uitzicht, zul je toch naar boven moeten. En dat is het steeds. Naar boven lukt wel. Maar je moet ook weer naar beneden en dat gaat dus niet helemaal lekker.
Ook van het uitzicht geniet ik maar half. Te dicht bij de rand is echt not done, zelfs als Cas langs het randje huppelt, plas ik al bijna in mijn broek. Alle spieren tussen mijn navel en mijn knieën lijken het gewoon te begeven. Idioot natuurlijk. Cas roept af en toe “Joehoe!!!!” en doet dan net of ie het ravijn instort. Vindt ie leuk. Heb ik weer een natte broek. Tja.
Het moment van naar beneden gaan stel ik zo lang mogelijk uit. Ik zoek ook altijd zeer tevergeefs naar een lift. Je weet maar nooit, iedere rolstoel moet tegenwoordig ook overal kunnen komen en dan heb je echt een lift nodig hoor, in sommige gevallen. Jammer, maar helaas, hier was geen lift te bekennen.
Cas is de klos. Big Time. Ik ga met mijn knikkende knieën aan zijn arm hangen en hij zorgt maar dat ik beneden kom. Soms doe ik gewoon mijn ogen dicht en merk ik wel wanneer we er zijn. Daar komt bij dat ik niet mag vallen, uitglijden of ergens tegenaan knallen want voor je het weet ligt mijn rug weer in puin. Ik heb ongeveer veertig minuten aan zijn arm gehangen en de hele tijd gegild “Niet zo hard! Niet zo hard!” ondertussen voorbij gerend door kleine kinderen, bejaarden, honden, zoenende stelletjes en een paar kinderwagens. Maar we hebben het gehaald! Als je een beetje doorloopt, doe je er 3 minuten over. Dat ik ooit het Annapurna circuit heb gelopen... We zijn maar door een paar mensen uitgelachen deze keer. Het is wat.
Ook van het uitzicht geniet ik maar half. Te dicht bij de rand is echt not done, zelfs als Cas langs het randje huppelt, plas ik al bijna in mijn broek. Alle spieren tussen mijn navel en mijn knieën lijken het gewoon te begeven. Idioot natuurlijk. Cas roept af en toe “Joehoe!!!!” en doet dan net of ie het ravijn instort. Vindt ie leuk. Heb ik weer een natte broek. Tja.
Het moment van naar beneden gaan stel ik zo lang mogelijk uit. Ik zoek ook altijd zeer tevergeefs naar een lift. Je weet maar nooit, iedere rolstoel moet tegenwoordig ook overal kunnen komen en dan heb je echt een lift nodig hoor, in sommige gevallen. Jammer, maar helaas, hier was geen lift te bekennen.
Cas is de klos. Big Time. Ik ga met mijn knikkende knieën aan zijn arm hangen en hij zorgt maar dat ik beneden kom. Soms doe ik gewoon mijn ogen dicht en merk ik wel wanneer we er zijn. Daar komt bij dat ik niet mag vallen, uitglijden of ergens tegenaan knallen want voor je het weet ligt mijn rug weer in puin. Ik heb ongeveer veertig minuten aan zijn arm gehangen en de hele tijd gegild “Niet zo hard! Niet zo hard!” ondertussen voorbij gerend door kleine kinderen, bejaarden, honden, zoenende stelletjes en een paar kinderwagens. Maar we hebben het gehaald! Als je een beetje doorloopt, doe je er 3 minuten over. Dat ik ooit het Annapurna circuit heb gelopen... We zijn maar door een paar mensen uitgelachen deze keer. Het is wat.
vrijdag 2 september 2011
Sneu
Vertel mij niets meer over wespen. Ik heb college gehad van een stoere wespenverdelger. Met zo´n busje, weet je wel. Met zo´n ladder erop en zo´n pak erin. Een wit pak met een burkagaasje in de muts. Heel stoer allemaal.
Naast het raam van de oudste sloper was het een komen en gaan van wespen. Van de een op de andere dag zaten ze er heel druk te wezen met z´n allen en dat vond ik niet zo´n fijn idee. Tijdens mijn wespencollege heb ik geleerd dat ze er al vier maanden zitten. Nesten bouwen in het hout, lekker diep in mijn huis. Ik vroeg hem of het er veel waren. Ja, het waren er veel. Honderd, vroeg ik? Vijftienhonderd, antwoordde hij. Ik werd een beetje misselijk.
Ga je dat gat nou dichtmaken? Nee, dat mocht niet meer. Regelgeving. Hij liep even leeg over alles wat er niet klopte aan de verdelgingsregelgeving in Nederland. Ik liet hem. Hij moest die wespen nog vermoorden, dus ik bracht hem er een kop koffie bij. Hij ging er een poedertje in spuiten. Dat vlogen ze dan in en uit dat gat en zo werd het nest van binnenuit vergiftigd. Ik ging mij steeds beroerder voelen. Ik ging gewoon vijftienhonderd beesten laten vermoorden. Wat zou Marianne daar wel niet van vinden?
Hij vroeg of ze ook binnen zaten. Nee, ja, soms eentje bij ons in de slaapkamer. Die vloog dan duizend keer heel hard tegen hetzelfde stukje raam en stortte dan na een uurtje of wat dood neer. Erg intelligent vond ik dat niet. “Het zijn de mannetjes, die zijn niet zo slim.” Het waren zijn woorden. “Geen angel, laatsten uit het nest en die willen nog wel eens verdwalen.” Ah…
Hij trok zijn pak aan en klom de ladder op. Het was toch anders dan een brandweerman. Die redden mensen enzo, hij ging beestjes doodmaken. Hij schreeuwde nog naar beneden dat ze wel 700 muggen eten op een dag. Ik werd groener en groener. Wat was ik aan het doen? Dadelijk had ik per dag 700 muggen in huis! Hij stopte een soort buisje het gat in een spoot er een behoorlijke hoeveelheid wit poeder in. Het begon te regenen. Wespen. Met een wit jasje. Ze stuipten er op los. Het kronkelde over de vloer en stierf een vreselijke dood. Ik stond op het punt te gaan overgeven.
Naast het raam van de oudste sloper was het een komen en gaan van wespen. Van de een op de andere dag zaten ze er heel druk te wezen met z´n allen en dat vond ik niet zo´n fijn idee. Tijdens mijn wespencollege heb ik geleerd dat ze er al vier maanden zitten. Nesten bouwen in het hout, lekker diep in mijn huis. Ik vroeg hem of het er veel waren. Ja, het waren er veel. Honderd, vroeg ik? Vijftienhonderd, antwoordde hij. Ik werd een beetje misselijk.
Ga je dat gat nou dichtmaken? Nee, dat mocht niet meer. Regelgeving. Hij liep even leeg over alles wat er niet klopte aan de verdelgingsregelgeving in Nederland. Ik liet hem. Hij moest die wespen nog vermoorden, dus ik bracht hem er een kop koffie bij. Hij ging er een poedertje in spuiten. Dat vlogen ze dan in en uit dat gat en zo werd het nest van binnenuit vergiftigd. Ik ging mij steeds beroerder voelen. Ik ging gewoon vijftienhonderd beesten laten vermoorden. Wat zou Marianne daar wel niet van vinden?
Hij vroeg of ze ook binnen zaten. Nee, ja, soms eentje bij ons in de slaapkamer. Die vloog dan duizend keer heel hard tegen hetzelfde stukje raam en stortte dan na een uurtje of wat dood neer. Erg intelligent vond ik dat niet. “Het zijn de mannetjes, die zijn niet zo slim.” Het waren zijn woorden. “Geen angel, laatsten uit het nest en die willen nog wel eens verdwalen.” Ah…
Hij trok zijn pak aan en klom de ladder op. Het was toch anders dan een brandweerman. Die redden mensen enzo, hij ging beestjes doodmaken. Hij schreeuwde nog naar beneden dat ze wel 700 muggen eten op een dag. Ik werd groener en groener. Wat was ik aan het doen? Dadelijk had ik per dag 700 muggen in huis! Hij stopte een soort buisje het gat in een spoot er een behoorlijke hoeveelheid wit poeder in. Het begon te regenen. Wespen. Met een wit jasje. Ze stuipten er op los. Het kronkelde over de vloer en stierf een vreselijke dood. Ik stond op het punt te gaan overgeven.
woensdag 31 augustus 2011
Jasses
We waren naar een leuk marktje geweest, ergens in Normandië. Kaas gekocht, fruit, flesjes locale wijn en stokbrood. Lekker. Het was mooi weer dus we besloten een flink stuk te gaan toeren. De zon brak door, het werd heerlijk warm. Muziekje aan, crossen door het waanzinnige landschap.
Na een uurtje of wat vonden we het wel welletjes. We wilden terug. Maar goed, wij waren de TomTom vergeten, hadden wel een kaart, maar geen heel gedetailleerde en de bewegwijzering was erg Frans. We besloten de weg te vragen. Er liep een vriendelijk uitziende man langs de route, dus wij minderden vaart, draaiden het raampje open en vroegen hem de weg. Hij boog zich voorover om ons te woord te staan. Hij deinsde terug, schreeuwde iets in het Frans, zwaaide met zijn hand en liep boos weg. Wij keken elkaar verbaasd aan. Wat een rare Fransoos was dat… Nou, dan vragen we het wel aan die mevrouw daar. Zelfde verhaal, raam open, vriendelijke vraag. Ook zij boog zich voorover en viel bijna de auto in. Het leek wel of ze flauw viel. Cas veegde haar van het stuur en ze keek hem woest aan. Heel woest. Weer Frans gescheld en gestamp met de voeten. Cas vroeg of hij soms uit zijn mond riekte. Ik vond van niet.
We moesten nog tanken, dus dan maar een gedetailleerde kaart van de omgeving. Ik stapte uit, tankte, kocht een kaart en stapte weer in de auto. Ik viel bijna flauw. Wat een stank! Allemachtig! Het leek wel een riool! Ik blafte naar Cas dat ie dat toch wel buiten de auto kon doen, maar hij keek mij zeer onnozel aan. Hij fronste. De kaas! Het was de kaas! Die had de hele middag liggen broeden! Jasses jasses, wat stonk het. Wat moest dat een goed kaasje zijn! Ik heb met het raam open en het zakje kaas uit het raam kaart gelezen. Het wijntje ´s avonds smaakte er heerlijk bij.
Na een uurtje of wat vonden we het wel welletjes. We wilden terug. Maar goed, wij waren de TomTom vergeten, hadden wel een kaart, maar geen heel gedetailleerde en de bewegwijzering was erg Frans. We besloten de weg te vragen. Er liep een vriendelijk uitziende man langs de route, dus wij minderden vaart, draaiden het raampje open en vroegen hem de weg. Hij boog zich voorover om ons te woord te staan. Hij deinsde terug, schreeuwde iets in het Frans, zwaaide met zijn hand en liep boos weg. Wij keken elkaar verbaasd aan. Wat een rare Fransoos was dat… Nou, dan vragen we het wel aan die mevrouw daar. Zelfde verhaal, raam open, vriendelijke vraag. Ook zij boog zich voorover en viel bijna de auto in. Het leek wel of ze flauw viel. Cas veegde haar van het stuur en ze keek hem woest aan. Heel woest. Weer Frans gescheld en gestamp met de voeten. Cas vroeg of hij soms uit zijn mond riekte. Ik vond van niet.
We moesten nog tanken, dus dan maar een gedetailleerde kaart van de omgeving. Ik stapte uit, tankte, kocht een kaart en stapte weer in de auto. Ik viel bijna flauw. Wat een stank! Allemachtig! Het leek wel een riool! Ik blafte naar Cas dat ie dat toch wel buiten de auto kon doen, maar hij keek mij zeer onnozel aan. Hij fronste. De kaas! Het was de kaas! Die had de hele middag liggen broeden! Jasses jasses, wat stonk het. Wat moest dat een goed kaasje zijn! Ik heb met het raam open en het zakje kaas uit het raam kaart gelezen. Het wijntje ´s avonds smaakte er heerlijk bij.
donderdag 25 augustus 2011
Pukkel
Wat is dat?
Wat?
Dat op je voorhoofd?
Kun je het zien dan?
Ja, nogal…
Dat is een puistje. Of liever, dat was een puistje.
En nu is het een dikke grote rode bult.
Dat is beter dan een puistje hoor.
Niet zo slim om daar ook nog make-up op te smeren…
Zo zie je het niet meer.
Ik zie het toch!
Oh ja. Nou dat werkt blijkbaar niet. Hier zit nog een puistje trouwens.
Ik zie niets.
Nog niet nee… Wacht maar, dat komt vanzelf. Als ik er klaar mee ben...
Ooit lang geleden had je ook ooit eens een puistje bij je oog. Weet je dat nog?
Ja nou! 5 dagen heb ik met een enorme bloeduitstorting naast mijn oog rondgelopen!
Vind je dat zelf ook niet een beetje debiel?
Nee joh, je zag dat puistje tenminste niet meer.
Wat is er tegen puistjes eigenlijk?
Het irriteert.
Dit niet?
Jawel, maar het is tenminste geen puistje.
Je kunt het ook als compliment zien.
Een puistje?
Ja, dat is normaal gesproken weggelegd voor pubers.
En ik ben bijna 41…
Precies.
Nu ik erover nadenk…
Chocolade?
Lekker, doe maar een hele reep!
Wat?
Dat op je voorhoofd?
Kun je het zien dan?
Ja, nogal…
Dat is een puistje. Of liever, dat was een puistje.
En nu is het een dikke grote rode bult.
Dat is beter dan een puistje hoor.
Niet zo slim om daar ook nog make-up op te smeren…
Zo zie je het niet meer.
Ik zie het toch!
Oh ja. Nou dat werkt blijkbaar niet. Hier zit nog een puistje trouwens.
Ik zie niets.
Nog niet nee… Wacht maar, dat komt vanzelf. Als ik er klaar mee ben...
Ooit lang geleden had je ook ooit eens een puistje bij je oog. Weet je dat nog?
Ja nou! 5 dagen heb ik met een enorme bloeduitstorting naast mijn oog rondgelopen!
Vind je dat zelf ook niet een beetje debiel?
Nee joh, je zag dat puistje tenminste niet meer.
Wat is er tegen puistjes eigenlijk?
Het irriteert.
Dit niet?
Jawel, maar het is tenminste geen puistje.
Je kunt het ook als compliment zien.
Een puistje?
Ja, dat is normaal gesproken weggelegd voor pubers.
En ik ben bijna 41…
Precies.
Nu ik erover nadenk…
Chocolade?
Lekker, doe maar een hele reep!
maandag 22 augustus 2011
Hufter
Ken jij dit nummer?
Nope, geen idee.
Niet van een van je vriendinnen?
Hoezo?
Nou, de tekst van het smsje luidt: "Hier, nu heb je ook mijn nummer XX…" Ik heb vanavond met het vriendje van een van je vriendinnen gebeld, dus ik dacht…
Nee, dat nummer is niet van haar. Geen idee wie het is, vraag het anders gewoon even.
Ja, komtie dan: "Wie is u?"
Pieppiep… En?
"Jeanine ;-)"… Ik ken geen Jeanine. Wel een Jacqueline.
Dan zeg je dat even tegen haar.
"Jeanine, ik ken je niet. Of je moet per ongeluk soms Jacqueline heten. Groet van Bas."
…
Ze reageert niet meer hè?
Nee, maar ik zat te denken dat ze waarschijnlijk dus keihard afgewezen is door een kerel die haar een fout telefoonnummer heeft gegeven…
Kan ze niet zelf een foutje hebben gemaakt?
Kan, maar ik denk het niet. Wij mannen doen dit soort dingen hoor. Lafbekkerig gedrag natuurlijk, maar wel makkelijk.
Zielig eigenlijk voor Jeanine. Zij heeft dat smsje nog vol hoop verzonden en nu zit ze vast met afhangende schouders een beetje te sippen op de bank. Zouden ze hebben gezoend of nog meer en dat hij dan bedenkt dat het genoeg is en te sneu is om te zeggen dat het bij een keer blijft?
Ja. Dat doen mannen. Jullie toch ook?
Ja, maar dat is echt heel anders hoor, dat kun je niet vergelijken man! Jeanine vond hem volgens mij wel echt leuk, met die 2 kusjes op het eind.
Ik ben er ook bang voor.
Jullie mannen zijn eigenlijk ook maar een stelletje hufters ook hè?
Sorry… Dat is biologisch bepaald. Kunnen wij niets aan doen.
Dat is waar. Wijntje dan maar, hufter?
Lekker, doe maar rood.
Nope, geen idee.
Niet van een van je vriendinnen?
Hoezo?
Nou, de tekst van het smsje luidt: "Hier, nu heb je ook mijn nummer XX…" Ik heb vanavond met het vriendje van een van je vriendinnen gebeld, dus ik dacht…
Nee, dat nummer is niet van haar. Geen idee wie het is, vraag het anders gewoon even.
Ja, komtie dan: "Wie is u?"
Pieppiep… En?
"Jeanine ;-)"… Ik ken geen Jeanine. Wel een Jacqueline.
Dan zeg je dat even tegen haar.
"Jeanine, ik ken je niet. Of je moet per ongeluk soms Jacqueline heten. Groet van Bas."
…
Ze reageert niet meer hè?
Nee, maar ik zat te denken dat ze waarschijnlijk dus keihard afgewezen is door een kerel die haar een fout telefoonnummer heeft gegeven…
Kan ze niet zelf een foutje hebben gemaakt?
Kan, maar ik denk het niet. Wij mannen doen dit soort dingen hoor. Lafbekkerig gedrag natuurlijk, maar wel makkelijk.
Zielig eigenlijk voor Jeanine. Zij heeft dat smsje nog vol hoop verzonden en nu zit ze vast met afhangende schouders een beetje te sippen op de bank. Zouden ze hebben gezoend of nog meer en dat hij dan bedenkt dat het genoeg is en te sneu is om te zeggen dat het bij een keer blijft?
Ja. Dat doen mannen. Jullie toch ook?
Ja, maar dat is echt heel anders hoor, dat kun je niet vergelijken man! Jeanine vond hem volgens mij wel echt leuk, met die 2 kusjes op het eind.
Ik ben er ook bang voor.
Jullie mannen zijn eigenlijk ook maar een stelletje hufters ook hè?
Sorry… Dat is biologisch bepaald. Kunnen wij niets aan doen.
Dat is waar. Wijntje dan maar, hufter?
Lekker, doe maar rood.
donderdag 18 augustus 2011
Snertzomer
Zo jongens, hop, vroeg uit de veren, naar het strand! Zeven uur de wekker, de mannen heb ik hardhandig wakker moeten schudden, heb ze meteen ingesmeerd met factor 30 en een zwembroek aangetrokken. Emmer en schepje in de hand, zonnehoed op en een wit gezicht van de sun block. Slippers en een T-shirt is genoeg want het zou vandaag strandweer zijn. Zelf vlug bikini aan, nikserig jurkje erover en klaar. En dan nu de gordijnen open, laat die zon maar binnenkomen! "Cas, wakker worden!!!" Jawel! Komtie…
Regen. Mensen in dikke jassen op de fiets. Een enkele paraplu. "Mam, ik heb het zo koud" piept de jongste sloper naast me. Van binnen huil ik een beetje. Ik trek een dikke spijkerbroek aan, een hemd, een trui en een sjaal. De jongens mogen alvast hun nieuwe winterjas aan. En hun wollen sloffen. Die zwembroek is daar trouwens geen gezicht bij. Komt zo wel. De skibroeken liggen nog op zolder. Ik heb ineens een onbedwingbare behoefte om te gaan racletten.
We gaan nu een kijkdoos maken. Met herfstbladeren uit het bos en warme chocomel na. Zou er al ergens een open haard branden? Snertzomer.
Regen. Mensen in dikke jassen op de fiets. Een enkele paraplu. "Mam, ik heb het zo koud" piept de jongste sloper naast me. Van binnen huil ik een beetje. Ik trek een dikke spijkerbroek aan, een hemd, een trui en een sjaal. De jongens mogen alvast hun nieuwe winterjas aan. En hun wollen sloffen. Die zwembroek is daar trouwens geen gezicht bij. Komt zo wel. De skibroeken liggen nog op zolder. Ik heb ineens een onbedwingbare behoefte om te gaan racletten.
We gaan nu een kijkdoos maken. Met herfstbladeren uit het bos en warme chocomel na. Zou er al ergens een open haard branden? Snertzomer.
zondag 14 augustus 2011
Sterren
En dan lig je daar, met je hoofd in het Franse gras onder de heldere sterrenhemel en hoop je een, twee, misschien wel drie vallende sterren te zien. Er was een sterrenregen voorspeld, dus ik had er zin in. Wijntje in de hand, kaasje binnen handbereik, sigaar tussen de tanden. Laat maar vallen die handel. Ik heb wel wat te wensen. Ik had er drie bedacht. Niet te veel gevraagd, ook niet te weinig, netjes binnen alle redelijke wenskaders. Ik lag nog niet of de eerste ster donderde al naar beneden. Nou, dat was vlot gebeurd. Hopla, eerste wens de lucht in. Als ik die wens binnen had, was het al tijd voor feest, eigenlijk. Maar ik had nog geen slok van mijn wijn genomen om die ene binnen gehengelde wens te vieren of de tweede ster kwam al naar beneden zetten. Gut! Dat ging vlot. Wat was die wens nou ook alweer? Ah ja, dat was hem. Ik deed mijn ogen weer open (wensen doe je met je ogen dicht namelijk) en zag nummer drie al gaan… Binnen vijf minuten was ik door mijn wensen heen. Ik dacht dat ik daar de hele nacht voor zou moeten liggen, maar de sterrenregen bleek een hoosbui. De een na de andere ster, aan een stuk door. Ik ben blijven liggen en ik ben blijven wensen. Voor alles en iedereen. Van alles en nog wat. Op een gegeven moment wist ik het niet meer en ben ik maar wat rare dingen gaan wensen. Dus mocht er deze week sneeuw vallen, ons huis worden verkocht of Geert Wilders gaan zoenen met een moslima met hoofddoek, dan mag u mij daarvoor bedanken. Ook voor de door u gewonnen lotto trouwens en de liefde van uw leven die ineens tegen u aan botst. Ik was in een goede bui. We zijn er weer.
woensdag 27 juli 2011
Pakken
Wat mee te nemen? Voor twee weken? De boeken, de muziek, de tijdschriften, de spelletjes, de camera, de paspoorten, alles ligt klaar. Nu dan toch, de kleren. Want wat neem ik mee? Het wordt overdag 26 graden, 's nachts 11. Dus ik moet voor overdag hooguit een hempie en een rokje en voor 's avonds een wintersportoutfit. Want we zitten meestal tot een uur buiten boekjes te lezen en wijn te drinken. En dan weet ik het niet meer, raak ik in paniek. Dan moet ik dus 'combineren' en daar moet je een helder hoofd voor hebben. Dat heb ik niet, nooit gehad ook. Mensen met een helder hoofd zijn een beetje eng. Ik weet niet wat te doen. Het gevolg? Een lege koffer, mijn hele kledingkast op bed en een paniekgevoel wat niet meer weggaat. Ik wou dat ik een PA had. Zo'n enge met een helder hoofd. Ik ben hier slecht in. Ben nu nog wassen aan het draaien en die krijg ik natuurlijk nooit meer droog. De sleutel moet nog even naar de huisoppas, gelukkig past er iemand op Feta en de planten. Had ik hem ook nog onder moeten brengen. Dan had ik denk ik last minute besloten om niet meer te gaan. Blijkbaar moet je dit van te voren goed regelen en organiseren… Ik kan het niet. En nu? Ik vraag wel of de slopers voor me inpakken. Dan kan ik er gewoon niks aan doen dat het allemaal niet bij elkaar past. Ik zal eens vragen…
dinsdag 26 juli 2011
Mae
Als ik dichter bij de dame had gestaan, had ik haar een stomp gegeven. Een hele harde. Dat ze ook had moeten huilen.
Vandaag hebben wij Mae begraven en de thema's vandaag waren samenzijn, tolerantie, openstaan voor anderen, warmte, liefde, samen. Het was prachtig vandaag. Er waren heel mooie woorden, kinderen liepen rond en deden hun ding zoals alleen kinderen dat kunnen, er is enorm gejankt en ook gelachen en het was droevig, maar ook een heel mooie dag. Totdat we bij het graf kwamen en we de begraafplaatsconsulent mochten ontmoeten. Wij waren allemaal in een soort saamhorigheidssfeertje beland, niemand die zich ergens druk om maakte, wij gingen op een mooie manier afscheid nemen van Mae. Er waren Chinese gebruiken, Joodse liederen, haar lievelingsliedje werd gezongen en iedereen liep met bloemen rond. Het had niet mooier gekund.
Bij het graf trok ze direct de aandacht. Ze schreeuwde heel gefrustreerd naar een groep kinderen dat ze moesten wachten, dat ze niet dichterbij mochten komen. Met van die ellendig grove gebaren en te harde toon. Als je een vrouw van nog geen veertig begraaft en ze laat twee kinderen van 7 en 9 na, dan zijn daar ook een hoop kinderen. Deze kinderen vangen op hun eigen manier hun klasgenootjes op. Door bijvoorbeeld alle loszittende letters op oude grafstenen recht te leggen. Door op een graf naast elkaar te zitten en vol bewondering chinees geld te bekijken. Door een hamster mee te nemen naar de dienst. Door vrij te zijn, door af en toe te huilen en te discussiëren tijdens de speech van je vader dat het DUITSland is en niet duitsLAND. Heerlijk. Kinderen houden het licht, want wat ze doen is al zwaar genoeg. Deze begraafplaatsconsulent kon daar niet mee overweg. Na het laten zakken van de kist sprak ze de volgende hartverwarmende woorden:
"U zult wel hebben gemerkt dat ik van de organisatie ben. De chinezen mogen nu eerst even afscheid nemen en zullen de begraafplaats verlaten. U mag hierna. Wel moet u dus over een kwartier weg zijn. Dus… Ik moet hier dan ruimte hebben, dat ik heel belangrijk namelijk. Dus…" Einde boodschap. Dit is het beroep van deze vrouw. Ze blafte nog naar een stel kinderen dat ze moesten 'moven'. Ik stond ver bij het graf vandaan, maar ik kon haar heel erg goed horen. Ik wou dat ik naast haar had gestaan. Dan had ik haar uit kunnen leggen dat zij op dat moment de totale tegenpool was van degene die wij aan het begraven waren. Dat ze heel snel haar mond moest houden omdat ik haar anders achter het bloemenwandje zou stompen (ook niet heel erg Zen moet ik toegeven, maar ja, ze vroeg erom). Ze was onaardig, onbeschoft en heel onprofessioneel. Ik stond te ver weg. Geluk voor haar.
Ik heb zelden een mooiere, warmere begrafenis meegemaakt. Geen regels, geen protocol, geen kerk met dubieuze geestelijken, gewoon een begrafenis zoals je hem zelf zou willen, hoe raar dat ook klinkt. Er is mooi gesproken, mooi gezongen, de kist was prachtig versierd met kindertekeningen, mooie schilderijen en laatste wensen van mensen die van haar hielden.
Voorlopig wil ik niemand meer begraven. Dat zeg ik hier even, zodat u er allen rekening mee kunt houden. Het is mooi geweest zo. Ik trek een fles wijn open. We gaan hier het leven vieren. Dag lieve Mae, tot ooit misschien.
Vandaag hebben wij Mae begraven en de thema's vandaag waren samenzijn, tolerantie, openstaan voor anderen, warmte, liefde, samen. Het was prachtig vandaag. Er waren heel mooie woorden, kinderen liepen rond en deden hun ding zoals alleen kinderen dat kunnen, er is enorm gejankt en ook gelachen en het was droevig, maar ook een heel mooie dag. Totdat we bij het graf kwamen en we de begraafplaatsconsulent mochten ontmoeten. Wij waren allemaal in een soort saamhorigheidssfeertje beland, niemand die zich ergens druk om maakte, wij gingen op een mooie manier afscheid nemen van Mae. Er waren Chinese gebruiken, Joodse liederen, haar lievelingsliedje werd gezongen en iedereen liep met bloemen rond. Het had niet mooier gekund.
Bij het graf trok ze direct de aandacht. Ze schreeuwde heel gefrustreerd naar een groep kinderen dat ze moesten wachten, dat ze niet dichterbij mochten komen. Met van die ellendig grove gebaren en te harde toon. Als je een vrouw van nog geen veertig begraaft en ze laat twee kinderen van 7 en 9 na, dan zijn daar ook een hoop kinderen. Deze kinderen vangen op hun eigen manier hun klasgenootjes op. Door bijvoorbeeld alle loszittende letters op oude grafstenen recht te leggen. Door op een graf naast elkaar te zitten en vol bewondering chinees geld te bekijken. Door een hamster mee te nemen naar de dienst. Door vrij te zijn, door af en toe te huilen en te discussiëren tijdens de speech van je vader dat het DUITSland is en niet duitsLAND. Heerlijk. Kinderen houden het licht, want wat ze doen is al zwaar genoeg. Deze begraafplaatsconsulent kon daar niet mee overweg. Na het laten zakken van de kist sprak ze de volgende hartverwarmende woorden:
"U zult wel hebben gemerkt dat ik van de organisatie ben. De chinezen mogen nu eerst even afscheid nemen en zullen de begraafplaats verlaten. U mag hierna. Wel moet u dus over een kwartier weg zijn. Dus… Ik moet hier dan ruimte hebben, dat ik heel belangrijk namelijk. Dus…" Einde boodschap. Dit is het beroep van deze vrouw. Ze blafte nog naar een stel kinderen dat ze moesten 'moven'. Ik stond ver bij het graf vandaan, maar ik kon haar heel erg goed horen. Ik wou dat ik naast haar had gestaan. Dan had ik haar uit kunnen leggen dat zij op dat moment de totale tegenpool was van degene die wij aan het begraven waren. Dat ze heel snel haar mond moest houden omdat ik haar anders achter het bloemenwandje zou stompen (ook niet heel erg Zen moet ik toegeven, maar ja, ze vroeg erom). Ze was onaardig, onbeschoft en heel onprofessioneel. Ik stond te ver weg. Geluk voor haar.
Ik heb zelden een mooiere, warmere begrafenis meegemaakt. Geen regels, geen protocol, geen kerk met dubieuze geestelijken, gewoon een begrafenis zoals je hem zelf zou willen, hoe raar dat ook klinkt. Er is mooi gesproken, mooi gezongen, de kist was prachtig versierd met kindertekeningen, mooie schilderijen en laatste wensen van mensen die van haar hielden.
Voorlopig wil ik niemand meer begraven. Dat zeg ik hier even, zodat u er allen rekening mee kunt houden. Het is mooi geweest zo. Ik trek een fles wijn open. We gaan hier het leven vieren. Dag lieve Mae, tot ooit misschien.
vrijdag 22 juli 2011
Vakantiedeuntjes
Ik ben de muziek aan het branden voor in de auto. De mannetjes gaan op een educatief tripje richting Lot en Garonne. Er zit veel oud spul bij, maar wel klassiekers. Stukje opvoeding en cultuur naar de slopers toe. Ik luister weer naar allerlei liedjes en allerlei herinneringen. Roxy Music, Ute Lemper, Jacques Brel en gewoon omdat het ongelooflijk mooie muziek is, The Kings of Leon. De mannetjes zijn helemaal wild van Hair, de soundtrack van 'Vicky Cristina Barcelona' gaat mee en een cd vol met snoeiharde dansmuziek, daar worden de slopers heel gelukkig van. De achterbak ligt vol met zo'n 50 andere cd's, maar wij wisselen zelden tijdens de vakantie. Vorig jaar kwamen na een aantal weken Peter Fox, Room Eleven en Charles Aznavour onze neus uit. Letterlijk stuk gedraaid. Luister er nu soms voorzichtig weer naar. Als ik het overdosisgevoel krijg, ram ik de radio direct uit. Als we de cd's zat zijn, zoeken we meestal een gezellige Franse zender uit waar we geen moer van verstaan en die hele rare flauwe foute Franse liedjes draaien (herinnert u zich het eendje met de losse heupen nog?). Of geen muziek, met slapende mannetjes op de achterbank, alle ramen open en bij ondergaande zon met een zwoele bries in de auto op weg naar de IKEA-hut. Er ligt tegen die tijd altijd een zonnebloem op het dashboard. Je struikelt erover en het geeft een vakantiegevoel. Ik heb vandaag muziek nodig. Mooie muziek. Muziek om in weg te zakken. Ik pak nog wat wijn. Oefenen voor Frankrijk, met 'I got Life' op de achtergrond.
maandag 18 juli 2011
Oma
Vroeger logeerde ik wel eens bij mijn oma. Mijn oma was groot, sterk en heel erg lief. Ze maakte zelf ragout, stopte altijd pakjes Sunkist in haar tas als we naar het zwembad in de Efteling gingen en ik kreeg witte boterhammen met kaas en vlokken. ´s Avonds in bed las ze Wipneus en Pim voor, er lagen ingebonden Donald Ducks, Sjors en Sjimmies en een strip over een Buldog en een Tekkel. Ik weet daar de naam niet meer van, maar ik zie het wel nog zo voor me. Om 9 uur mocht ik naar haar toe, kroop bij haar in bed en samen speelden we ´ik zie, ik zie´. De hele slaapkamer was groen, dus dat viel soms nog niet mee. Oma bood een nest. Een warme plek waar ik heel graag kwam. Ik kende het huis op mijn duimpje, de verschillende kamers, het bed met de kuil in het matras, de tuin waar een anker in stond en de ouderwetse pollepels waar ik zandkastelen mee heb gebouwd. Het huis rook naar sterappels. De hele zolder lag er vol mee. Mijn oma rook naar 4711. Heerlijk. Ik woonde toen in hetzelfde stadje, dus ik kwam er vaak en graag. Lange Jannen in de snoeptrommel, salmiaklollies en bokkenpootjes. Aanmaaklimonade, de kristallen bol op het dressoir waar lange tijd een raar soort harig oranje wormpje in heeft gezeten. Het kleine plaatsje met de witte bank voor het raam. Haar grote voeten met de speciale schoenen. De voorkamer met de kast met de vazen. Het gevoel als je over de mintgroene bekleding van de stoelen wreef. Het speeldoosje met het mooie muziekje. De aai over je bol, mijn oma kan heel goed van mensen houden. De oude witte Opel uit ´65, alles in de derde versnelling, dat was hard genoeg. De geuren van het huis, de auto, de tuin, de bedden, de bijkeuken, de zolder en mijn oma zelf. Lekker.
Ik was er dit weekend. 97 jaar is ze nu. Ze zat op haar stoel bij het raam, been omhoog omdat ze haar huid open heeft gehaald. Het is perkament, zo dun. “Ik heb niets meer te vertellen”, zei ze. Ik was gewoon al blij dat ik bij haar was. Dat ik haar een kus kon geven en in de ogen kon kijken. Ze is klein geworden en heel erg mager. Stil en een beetje afwezig. Een fragiel vogeltje. Maar ze is er nog. Ze is er nog.
Ik was er dit weekend. 97 jaar is ze nu. Ze zat op haar stoel bij het raam, been omhoog omdat ze haar huid open heeft gehaald. Het is perkament, zo dun. “Ik heb niets meer te vertellen”, zei ze. Ik was gewoon al blij dat ik bij haar was. Dat ik haar een kus kon geven en in de ogen kon kijken. Ze is klein geworden en heel erg mager. Stil en een beetje afwezig. Een fragiel vogeltje. Maar ze is er nog. Ze is er nog.
vrijdag 15 juli 2011
Dierenarts
Feta keek me heel zielig aan. Je zag ´m denken ´Wat doet die mand daar?´ en ´Waarom is het kattenluik op slot?´ Het was tijd voor zijn prik en dat had ie in de smiezen. Hij dribbelde zenuwachtig door het huis, krabde aan deuren en smeekte om zijn hardst bij de kinderen of zij misschien per ongeluk de deur open wilden zetten. Jammer, ze hadden instructies. "Sorry Feta, mama is de baas", hoorde ik Hidde zeggen. Feta moet een prik, dus Feta blijft binnen tot het tijd is om naar de dierenarts te gaan.
Na even zoeken vond ik hem onder de kast. Met de bezem veegde ik hem er onder vandaan en propte hem in het mandje. Stukje rijden in de auto werd niet gewaardeerd. Half kotsend kwam hij aan bij de dierenarts. Ik zou het fijn vinden als hij gewoon flauw viel. Dat deden twee vroegere vriendjes ook gewoon. Handig voor iedereen. Maar hij zat half te stuipen en was er een flink drama van aan het maken. In de wachtkamer blies hij naar de honden en zat als een krolse kater onafgebroken te gillen. Toen de dierenarts ons binnen riep, ging hij plat op de bodem liggen en gaf geen kik meer. De stumper.
"Uw kat heeft een tandplaqueprobleem." Huh? "Ja, uw kat heeft een tandplaqueprobleem, dus u moet zijn tanden gaan poetsen." Ik ging hard lachen. Die dierenarts was een grappenmaker! Hij bleef mij serieus aankijken. Beetje geïrriteerd ook. Dat had ie blijkbaar vaker, dat vrouwen hard gingen lachen om zijn serieuze opmerkingen. Feta probeerde ondertussen om door de onderzoekstafel heen te krabben. Hij wou weg. Die vent ging nog een naald in zijn kont steken, dus hij deed een uiterste vluchtpoging. Ik moest van de dierenarts een tandenborstel voor baby’s kopen en daarmee Feta´s tanden gaan poetsen. Echt. For real. Anders zou hij ieder jaar onder narcose moeten omdat het dan operatief verwijderd moest worden. En dat zou wat in de papieren kunnen gaan lopen. Feta keek mij op zijn zieligst aan. Hij mieuwde heel erg hartverscheurend. Ik negeerde hem volkomen. Ik zag die bek met tanden en daar moest ik een tandenborstel in gaan proppen. Pasta was niet nodig, bedankt.
Feta had een prik in zijn kont gekregen, had de dierenarts keihard gebeten en een flinke haal gegeven en probeerde in zijn mand te kruipen. Steeds als zijn voorpoten erin stonden, trok de dierenarts hem er weer uit. Ogencontrole. Orencontrole. Ik wachtte op de opmerking dat ik met wattenstaafjes het oorsmeer voorzichtig uit zijn oor moest halen of dat contactlenzen een goed idee zou zijn. Er kwam niets meer. Ik moest poetsen. Feta gaf nog een stevige haal en de dierenarts ging zijn bebloede handen wassen. Feta kroop in de mand en ik vertrok naar de supermarkt, naar het tandpastaschap.
Na even zoeken vond ik hem onder de kast. Met de bezem veegde ik hem er onder vandaan en propte hem in het mandje. Stukje rijden in de auto werd niet gewaardeerd. Half kotsend kwam hij aan bij de dierenarts. Ik zou het fijn vinden als hij gewoon flauw viel. Dat deden twee vroegere vriendjes ook gewoon. Handig voor iedereen. Maar hij zat half te stuipen en was er een flink drama van aan het maken. In de wachtkamer blies hij naar de honden en zat als een krolse kater onafgebroken te gillen. Toen de dierenarts ons binnen riep, ging hij plat op de bodem liggen en gaf geen kik meer. De stumper.
"Uw kat heeft een tandplaqueprobleem." Huh? "Ja, uw kat heeft een tandplaqueprobleem, dus u moet zijn tanden gaan poetsen." Ik ging hard lachen. Die dierenarts was een grappenmaker! Hij bleef mij serieus aankijken. Beetje geïrriteerd ook. Dat had ie blijkbaar vaker, dat vrouwen hard gingen lachen om zijn serieuze opmerkingen. Feta probeerde ondertussen om door de onderzoekstafel heen te krabben. Hij wou weg. Die vent ging nog een naald in zijn kont steken, dus hij deed een uiterste vluchtpoging. Ik moest van de dierenarts een tandenborstel voor baby’s kopen en daarmee Feta´s tanden gaan poetsen. Echt. For real. Anders zou hij ieder jaar onder narcose moeten omdat het dan operatief verwijderd moest worden. En dat zou wat in de papieren kunnen gaan lopen. Feta keek mij op zijn zieligst aan. Hij mieuwde heel erg hartverscheurend. Ik negeerde hem volkomen. Ik zag die bek met tanden en daar moest ik een tandenborstel in gaan proppen. Pasta was niet nodig, bedankt.
Feta had een prik in zijn kont gekregen, had de dierenarts keihard gebeten en een flinke haal gegeven en probeerde in zijn mand te kruipen. Steeds als zijn voorpoten erin stonden, trok de dierenarts hem er weer uit. Ogencontrole. Orencontrole. Ik wachtte op de opmerking dat ik met wattenstaafjes het oorsmeer voorzichtig uit zijn oor moest halen of dat contactlenzen een goed idee zou zijn. Er kwam niets meer. Ik moest poetsen. Feta gaf nog een stevige haal en de dierenarts ging zijn bebloede handen wassen. Feta kroop in de mand en ik vertrok naar de supermarkt, naar het tandpastaschap.
Abonneren op:
Berichten (Atom)








